dinsdag 13 oktober 2015

Zweefvliegend naar het einde


 
Afgelopen weekeinde zweefgevlogen. Nee, vlieggezwoven. Nee, gezweefvliegd. Ik bedoel in elk geval: in een zweefvliegtuig door de lucht gezoefd. Het was kort maar formidabel. 

In de plaatselijke krant had ik een stukje gelezen over een hobbyzweefvlieger, Mark de Haan, die geld voor een goed doel inzamelde via vluchtjes met passagiers. Ik had er meteen zin in, en mevrouw ook, dus wij gisteren naar een klein vliegveld in de Peel. Het weerbericht beloofde een heleboel zon, maar daar zag het echte weer niets in, dat voelde meer voor een dichte, laaghangende bewolking. Een lange vlucht met fraaie panorama’s zat er niet in. Maar we gingen zweefvliegen en daar was het om te doen.

Het toestel stond al klaar, rank, sierlijk en uiterst aaibaar. Ik wurmde me in het stoeltje achter de vliegenier, sloot het zuurstoftankje aan dat ik voor de zekerheid – longpatiĆ«nt – had meegenomen, luisterde naar de instructies, zag de lampen van de liermachinist 1200 meter verderop knipperen, en voelde de spanning oplopen. Op een signaal trok de lier de kabel razendsnel aan, zodat het vliegtuig als een pijl uit de boog over het gras schoot en met een scherpe hoek de hoogte opzocht. In een paar seconden zaten we al op een snelheid van honderd kilometer per uur – een acceleratie als die van een raceauto. Het had de sensatie van een achtbaan, maar dan zonder doodsangst of gekantelde maag. 

Eenmaal op vijf-, zeshonderd meter hoogte ging het toestel horizontaal en begon aan een aantal lange curves boven het vliegveld en omstreken. De koorts van zojuist maakte plaats voor de kalmere opwinding van het zweven, het besef dat we zonder hulp van motoren en propellers door de hemel zwierden, drijvend op de golven van de thermiek, met rondom alleen ruisende stilte en slierten nevel die de onderkant van het wolkendek vormden. Gouden minuten – himmelhoch jauchzend, om met Goethe te spreken. Toen begon de afdaling alweer. Een soepele glijvlucht bracht ons terug op aarde. 

Opzij van de landingsbaan vroeg een van de vliegers voorzichtig of de zweefvlucht wellicht deel uitmaakte van mijn bucketlist: het lijstje bijzondere belevenissen dat sommige mensen in het zicht van hun dood nog proberen af te werken – met zo’n zuurstofslang in je neus zie je er nogal terminaal uit. Aan zo’n lijstje had ik nog nooit gedacht, zei ik naar waarheid, al was het maar omdat ik mijn graf nog niet echt in zicht achtte. Maar zweefvliegend naar het einde, het was een mooi idee.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen