maandag 18 september 2017

Als de muren gaan praten

Het lijkt op een omschrijving voor een cryptogram, het raadselachtige zinnetje dat sinds een poosje prijkt op een grote blinde muur die ik regelmatig passeer. In royale oranje letters staat het op een wit vlak: ‘niet persoonlijk opvatten’. Daarnaast ook al in oranje-wit een ruitvormig symbool dat ik niet zo gauw thuis kan brengen.
De blinde muur lijkt de achterkant van een loods. Zo’n groot, loos oppervlak vult zich gewoonlijk vanzelf met de kleursporen die de graffiticultuur al zo lang in de openbare ruimte achterlaat en die overal maar blijven opduiken omdat die cultuur niet uitgewoed raakt. De eigenaar van deze muur wilde kennelijk ál te veel anarchie voorkomen en nodigde een spuitbusartiest uit om dan maar iets verantwoord-kunstzinnigs op de wand te spuiten, een verschijnsel dat steeds vaker opduikt en dat de steden opfleurt met kleurige eigentijdse street art.
Dit exemplaar prikkelt me al vanaf de eerste keer dat ik het zag. ‘Niet persoonlijk opvatten,’ roept de muur me toe, alsof ik ergens hevig door geraakt ben en alsof die muur dat weet en me wil troosten: komaan, trek het je niet aan, jij kon het ook niet helpen, je deed alleen maar je best. En die muur roept dat niet alleen tegen mij, maar tegen alle passanten, en dat zijn er nogal wat op dit drukke kruispunt. Hier komen duizenden mensen langs op een dag, tienduizenden in een week, misschien heeft de muur al een miljoen mensen aangeraden hun miljoen dingen niet persoonlijk op te vatten. Dat vind ik een poëtisch idee. Een muur van dode stenen die zich in het gevoelsleven van anonieme voorbijgangers mengt zonder dat ook maar één van hen zich daar iets aan gelegen laat liggen.
Toch is het een wijze les die de muur de wereld leert. Bekijk niet alles vanuit je navel, denk niet dat het altijd over jou gaat, denk niet dat jij het centrum van het heelal bent. Als iemand op een muur schrijft dat jij je niet alles zo moet aantrekken, dan kun je dat best negeren. Wat weet zo’n kladderaar nou over jouw wel en wee? Ga daar maar aan voorbij, sta er niet bij stil, vat het niet persoonlijk op.

Ik wil maar zeggen: je komt oren tekort als de muren gaan praten.

maandag 11 september 2017

Breekbaarheid en hoop

Shit! Vergeef me de wat vulgaire krachtterm, maar wat moet, dat moet. Bovendien speelt dit stukje zich af in de wereld van de urologie en die is heel vertrouwd met het onderhavige begrip, zodat het nog een functionele verwensing is óók.
Shit, dus. Een foute uitslag. Daar had ik niet op gerekend. Ten onrechte natuurlijk, want (prostaat)kanker is een grillige ziekte en elke controle kan goed of fout uitpakken. Sinds ik er zes jaar geleden bekend mee raakte, ben ik wel eens blij en wel eens teleurgesteld uit de spreekkamer van de uroloog gekomen. Vandaag is het dus weer eens mis.
Ik wil van dit blog geen medisch communiqué maken en zal de lezer de details besparen, maar het komt erop neer dat de hormoonspuit die het prostaatcarcinoom koest moet houden, onvoldoende werkt. De kanker groeit. Vervolgonderzoek moet het beeld preciseren, maar waarschijnlijk moet ik naar een nieuwer, krachtiger medicijn toe.
Dit zwaardere geschut was een paar jaar geleden nog helemaal niet in beeld. Voor wie toen ongevoelig werd voor de hormoonspuiten, restte alleen nog de chemo, die doorgaans maar een paar maanden soelaas bood – and that’s it. Inmiddels is het perspectief minder donker. De hormonen mogen nu uitgewerkt zijn, ik heb ze wel lang genoeg kunnen gebruiken om in aanmerking te komen voor een generatie middelen die intussen op de markt is gekomen.
Maar ja, maar ja, het was me natuurlijk veel liever geweest als de kanker stil was gebleven en ik de alternatieven in reserve had kunnen houden. Lieverkoekjes worden niet gebakken, zegt het gezonde verstand dan, maar dat wil ik niet altijd horen. Zoals een schram tijd nodig heeft om te helen, zo heeft een teleurstelling tijd nodig om weg te ebben.

In de hal van het ziekenhuis trakteren we onszelf maar op een espresso en een cappuccino. Om ons heen rollators en krukken en rolstoelen en stramme ledematen en bleke gezichten, soms ernstig, meestal neutraal, behalve dan van een oud stel dat met een lach om de mond naar de uitgang loopt – mensen krijgen hier ook weleens goéd nieuws. Zo wemelt het hier van de stille verhalen over breekbaarheid en hoop. Ik heb ze hier zelf wel eens opgeschreven, die verhalen, in ditzelfde ziekenhuis. Maar nu heb ik even genoeg aan mijn eigen verhaal. Over breekbaarheid. En over hoop. 

woensdag 6 september 2017

Vraagstuk Bril

Heel wat mensen maken zich druk over de herziene haarcoupe van Matthijs van Nieuwkerk. Ik niet. Er zijn wel belangrijker vraagstukken, zeg. Mijn nieuwe bril, bijvoorbeeld.
Onlangs moest ik van mezelf naar de opticien. Mijn brillenglazen leken me niet meer accuraat. En als ik toch een andere sterkte nodig had, kon ik net zo goed meteen omzien naar een nieuw montuur, want dat kreeg je er zowat gratis bij. Tot zover het gemakkelijke deel van Vraagstuk Bril.
Want de oogmeting was nog maar amper begonnen, of de twijfel sloeg al toe. ‘Ziet u beter door dit glas, of door dat?’ Ik wist het niet zeker, vroeg om een herhaling, aarzelde nog altijd en redde me eruit door een lichte voorkeur voor de tweede optie uit te spreken. Dat vond de juffrouw van de oogmeting ‘uitstekend’. Volgde een tweede ronde ditten of datten, en zelfs een zesde en zevende, ‘nu voor de cilinder’, tot mijn ogen traanden en ik vooral mist en miezer zag. Dit of dat? vroeg de ogenjuf. Dát, antwoordde ik moedeloos. Mijn stem werd zwakker en in mijn hoofd bonkte het zachtjes ‘Uitstekend. Dan gaan we nu naar de monturen kijken.’
Blij dat ik van de meting af was, wees ik een kek montuur aan, strak maar niet té, kalm-modern, een bril voor mannen met een fijn gevoel voor het eigentijdse maar zonder de behoefte zich aan te stellen. Ik kreeg het ding heel secuur op de neus gezet, keek in de spiegel en zag een hoofd dat op het mijne leek, maar dan getooid met een bril van een uitslover die amechtig probeerde de eigen tijd bij te houden. Een tweede montuur trok mijn gezicht uit model, een derde was te licht, een vierde te professoraal, een zevende te gewoon, een elfde te gek, maar dan letterlijk.
Had ik de fysieke uitputtingsslag van de oogmeting net overleefd, kreeg ik nu te kampen met de kunst van het kiezen, door de Duitsers treffend aangemerkt als die Qual der Wahl. In principe kan zulke keuzestress je ook overvallen bij de bakker of de Blokker, die immers ook vaak bulken van de diversiteit, maar bij de opticien slaat het kiezen ook nog eens terug op je zelfbeeld. Je denkt dat die ene designbril goed past bij jouw man-van-de-wereld-kop, maar de spiegel lacht je vierkant uit. Al geldt een uitzondering op die regel voor de zonnebril, want die is nou juist bedoeld om je uitstraling een kontje te geven en je een slag mondainer/verleidelijker/zelfverzekerder te tonen dan je in feite bent.

Ideetje voor Lucky TV: Matthijs van Nieuwkerk bij de opticien. Gaat viraal!