dinsdag 26 februari 2013

Heerlijk: zomaar duizend euro stukslaan



Nog nooit gedaan en toch lijkt het me heerlijk: op een dag zomaar eens een heleboel geld stukslaan aan pure luxe. Al was het maar om de repeterende berichten over bezuinigingen te pareren.

Natuurlijk, menigeen geeft wel eens heel wat grotere bedragen uit, bijvoorbeeld aan een auto, een vakantie, of een verbouwing. En ik heb het ook niet over de aanschaf van een deftige winterjas, een goede televisie of een designstoel. Nee, een excentrieke rijke oudtante doneert je duizend euro op voorwaarde dat je die som nou eens opgewekt verbrast en niet besteedt aan iets nuttigs of noodzakelijks of vervelends.

Miljonair voor één dag
Miljonair voor één dag. Het is een onwennige gedachteoefening, want de gemiddelde Nederlander heeft te veel calvinisme ingedronken om zich met een gerust hart een lichtzinnigheid als het verkwisten van een bom duiten te durven permitteren. Maar daarom lijkt het me juist een goede oefening, want het is heel verstandig af en toe de gewoontespieren en moraalzenuwen te ontspannen.

Oké, wat gaan we doen als big spender, hoe gooien we ons geld over de balk?

We wachten op een mooie voorjaarsdag en vliegen even naar Verona, waar we op de Piazza Bra truffelpasta begeleid door Vino Nobile gebruiken, vervolgens in de Arena een opera meemaken en de avond bekronen met een paar grappa’s op het terras van Art Hotel Villa Amista, dat nog een weldadige nacht voor ons in petto heeft.

Of we informeren waar we de meest verfijnde kledingaccessoires kunnen vinden. We laten we ons per limo naar Maastricht of Antwerpen rijden en geven een fortuintje uit aan geweldige sokken, manchetknopen, riemen en handbeschilderde stropdassen, plus voor onze geliefde een enveloptasje van zwart nappa met zijden binnenvoering en de elegantste nylonkousen die de wereld ooit heeft aanschouwd.

Der letzte Schrei
Of we regelen een Viparrangement bij een uitvoering van het nieuwe theaterstuk van (Nobelprijswinnares) Elfriede Jellinek in een regie van Johan Simons op het prestigieuze festival Theatertreffen in Berlijn, waar we overnachten in een tot hotel opgeknapte industriële bouwval, die in het Berlijnse wereldje geldt als der letzte Schrei. (Dat toneelstuk gaat trouwens over de decadentie van de Münchense Maximilianstrasse, waar we waarschijnlijk ook zouden kunnen slagen voor de spulletjes uit de vorige alinea.)

Of… we geven die duizend euro alleen maar in onze fantasie uit. Het dubbele voordeel daarvan: we besparen een hoop geld én het kan niet tegenvallen. Vervolgens schrijven we er een stukje over. Want onze lezers, dat weet u, gunnen we het allerbeste. 

zaterdag 23 februari 2013

We gaan het kerkritueel nog eens missen



Ik heb geen hang of heimwee naar kazuifels en tabernakels, laat staan naar Bijbelse bezweringen en Latijnse gebeden. Maar rituelen, moet ik toegeven, daar kan de katholieke kerk wat van.

Een stokoude dame uit de aangetrouwde sfeer was overleden en zo kwam ik weer eens in de parochiekerk van mijn jeugd. Al snel dreven de herinneringen door de hoge ruimte. De pastoor die me eens met een missaal om de oren sloeg. De kapelaan die om zijn nuffige maniertjes in de volksmond ‘juffrouw’ heette. De devotie die ik als jongetje voelde en die daarna voorgoed verdween.

Onder het luiden van een klok schreden drie geestelijken van het altaar naar het kerkportaal, terwijl het kerkvolk oprees uit de banken. Ze keerden terug met de kist, die tussen zes kaarsen kwam te staan. Dat vond ik al mooi: de klok die de parochie liet weten dat er iemand was verscheiden en de aandacht en het respect waarmee de dode werd omgeven.

Volgde een mis die in het teken van de ontslapene stond, maar ook de gewone rituelen van een eucharistieviering kende, zoals geloofsbelijdenis, consecratie, communie. In mystieke zin lieten ze me onberoerd, maar ze kenden toch een bepaalde luister, die oude, plechtige gebruiken rond leven, dood en geloof, momenten van verstilling, vervoering en verbondenheid. De kerkelijke gezangen van het dienstdoend koor versterkten de stemmige sfeer.

Aan het einde legde de priester uit dat hij de kist ging besprenkelen met wijwater, zoals de overledene helemaal aan de start van haar leven bij de doopvont ook met water was begroet. Zo tekende hij een ijle boog die het begin met het einde verbond. Daarna ging hij met een wierookvat rond de kist en betuigde de dode zo een laatste eer. Toen vergezelden de drie voorgangers de kist weer naar het kerkportaal.

Ik heb ook uitvaarten meegemaakt, die indruk maakten zonder dat er priesters en gebeden aan te pas kwamen en waar betrokkenen hun eigen rituelen hadden bedacht. En toch stemt een kerkkoor meer tot ernst dan dat er een liedje van een populaire zanger wordt gedraaid. De gewaden, het wijwater, de wierook, de overgeleverde gebruiken, de vage geur van eeuwen en eeuwen die er in zo’n kerk hangt: ze vormen een ambiance hors categorie.

Intussen gaat de ontkerkelijking gaat voort. Ook wat mij betreft. Maar ik geloof dat daarmee ook een zekere kwaliteit teloorgaat en dat we die kerkelijke rituelen nog eens gaan missen.



dinsdag 19 februari 2013

Witte Veder




Het is elke ochtend hetzelfde tafereel. Ik zet koffie, kijk door het keukenraam naar buiten en zie onze merel rond het tuinpad scharrelen. Dat is de plek waar we broodkruimels strooien, en dat weet hij, onze merel. Ik schrijf ‘onze’, omdat hij dagelijks komt buurten. Er komen wel meer merels langs, maar de onze is herkenbaar doordat zijn verenpak witte vlekken vertoont.

Die vlekken roepen vragen op, want hoe komt hij daaraan? Verf is het niet, de afwijking moet in zijn genen zitten. Een logische verklaring zou zijn dat zijn vader of moeder het met een ekster heeft gedaan. Vrijen vogels eigenlijk wel met andere soorten? Het lijkt van niet, want dan zouden er ook wel roodgorsjes, pimpelmussen en kraaivalken bestaan. (De gierzwaluw leidt in dit verband tot misverstanden.) Maar als vogelseks zich tot de eigen soort beperkt, zijn vogels dan xenofoob? Verklaart dat waarom de PVV een vogel in zijn vaandel voert?

Voordat we Witte Veder leerden kennen, hadden we nog zo’n vaste gast: een manke merel met maar één werkzame poot. Die kwam ook elke dag aandoenlijk broodkorrels pikken. Het ritueel leerde dat vogels, althans merels, zich liefst in hun eigen gebied ophouden. Als je vliegen kunt, zou ik zeggen, waarom ontbijt je dan niet vandaag in Eindhoven, morgen in Zaltbommel en overmorgen in Lopik? Nee, elke dag ontbijt bij Dings.

Zoals de manke merel op een dag verdween, zo zal ook de zwartwitte merel ooit absent zijn omdat zijn leven erop zit. Weer zoiets: waar blijven vogels als ze dood gaan? Volgens Vogelbescherming wonen er minstens 27 miljoen vogels in ons land. Als die gemiddeld tien jaar leven, overlijden er jaarlijks 2,7 miljoen (sneuvelende jonkies niet meegerekend). Hoe is het dan mogelijk dat we slechts een doodenkele keer een vogelkreng zien? Dat kan meer één ding betekenen: dode vogels gaan rechtstreeks naar de hemel.

zondag 17 februari 2013

Lidewij Edelkoort ontdekt de nieuwe romantiek




Trendvoorspeller Lidewij Edelkoort blijft er maar op hameren: we beleven het begin van een grote romantische golf.

Romantiek was een sleutelwoord in de aflevering van Zomergasten 2012, waarin zij een avond lang beelden en visioenen aan elkaar reeg tot een impressie van de tijdgeest. Iets eerder had ze tijdens een trendseminar voor modeprofessionals in Amsterdam ook al de romantiek aangewezen als belangrijk eigentijds thema. Net als onlangs tijdens een lezing in het kader van een grote tentoonstelling over nieuwe romantiek in Keulen. Dat laatste verhaal is net online verschenen.

Edelkoort, daar moet je tegen kunnen. Veel mensen krijgen het heen en weer van de altijd wat mistige en toch nogal stellige bewoordingen waarmee zij de eigen tijd duidt. Die manier van praten, in combinatie met de sobere, wijde gewaden waarin zij zich altijd presenteert, roept gemakkelijk een sfeer op van een zelfbenoemde profetes, een pseudo-orakel dat pretendeert uit de nevelen de toekomst te kunnen lezen.

De jury die haar vorig jaar de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs toekende en talrijke gerenommeerde opdrachtgevers denken daar anders over. En ik ook. Trendforecasting is geen koffiedikkijken, zoals de criticasters sneren, maar niets meer en niets minder dan het ontwikkelen van een fijne neus voor bewegingen in het sociale en culturele leven. Ik heb me beroepshalve ook vaker over de Zeitgeist gebogen en ik vertrouw die neus van Lidewij wel.

Of ze gelijk heeft met haar grote nieuwe romantische golf, vraag ik me niettemin af. Zo nieuw is die romantiek niet, ze heeft ons nooit verlaten, schreef ik al eerder. Het verlangen naar mooier en fijner is universeel. Daar drijft een hele verleidingsindustrie op.

Een deel van haar analyse is heel plausibel. Ze noteert dat er voor het eerst sinds lange tijd een generatie opgroeit in moeilijke tijden, zonder uitzicht op economische groei, met weinig kansen op een baan, belast met hoge studieleningen, in een steeds drukkere wereld, met toenemende sociale controle, verval van waarden en moraal, culturele uitverkoop en een suprematie van economie boven democratie.

De enige uitweg, aldus Edelkoort, is het adopteren van de melancholieke kijk op de wereld, die de erfenis is van de historische Romantiek van twee, drie eeuwen geleden, en een tweede grote romantische periode creëren. En die behelst afkeer van regels en rationalisme en toewijding aan natuur, historie, schoonheid en verbeelding. De nieuwe romantiek zal gekenmerkt worden door een rusteloos zoeken naar het nieuwe, het ongewone en het onverwachte.

Voor deze theorie zijn allerlei actuele illustraties te vinden. Maar voor contrasterende theorieën óók. Als trendwatchers de laatste decennia iéts hebben duidelijk gemaakt, is dat er allerlei trends tegelijkertijd spelen. Voorlopig is de nerd een groter rolmodel dan de dromer, staat bèta vaker in de schijnwerpers dan alfa en is er meer vraag naar rekenmachines dan naar hartslagmeters. Daarnaast ligt de yup nog steeds goed in de markt, blijft de bible-belt omvangrijk, laten aso’s zich luidruchtig gelden en drukt ook de vergrijzing een stempel op de tijd.

Nederland is een bonte staalkaart van stammen geworden, met allemaal hun eigen fascinaties en riten. Dus, nieuwe romantici, hartelijk welkom, jullie vinden wel een plekje.


donderdag 14 februari 2013

Nieuws: liefde maakt niet gelukkig




Dat was me nogal een scoop van de Volkskrant: het idee dat liefde gelukkig maakt, is niet meer dan een mythe.

De lezer kwam het nieuws pas tegen na een uur bladeren in de dikke zaterdagkrant. Ver na alle over ziekenhuisfraude, belastingontduiking, onbegrepen ganzen, de EU-begroting, de drones van Obama, de mode van Jean Paul Gaultier en de vagina van Courbet, stond ineens het èchte nieuws: mensen worden helemaal niet gelukkiger van de liefde.

Ter gelegenheid van Valentijnsdag was een hele bijlage aan Amor gewijd. In een kort stuk schetste Lisa Bontenbal wat de wetenschap te melden heeft over de relatie tussen liefde en geluk. Blijkens menig onderzoek noemen mensen met een partner zich vaker gelukkig dan alleenstaanden. De bekende wetenschapper Ruut Veenhoven bijvoorbeeld heeft dat al meer dan eens vastgesteld.

Single
Daarmee is nog niet bewezen, merkte Lisa Bontenbal op, dat dit geluk te danken is aan de relaties van de ondervraagden. Vervolgens wees ze op een vijftien jaar durend onderzoek onder 24.000 mensen, waaruit bleek dat de respondenten niet gelukkiger werden toen ze een relatie kregen, maar hetzelfde niveau van welbevinden hielden als toen ze single waren. Dat resultaat spoorde met andere onderzoeken.

Daarnaast bleek dat gelukkige mensen eerder een relatie aangaan en langer bij elkaar blijven. Dus dat mensen met een partner zich wat vaker senang voelen dan alleenstaanden, komt niet zozeer door hun fantastische relatie, concludeerde de Volkskrant: “Ze waren al gelukkiger vóórdat ze hun valentijn in de armen vlogen.”

Verrukking
Daar staan we dan. Bibliotheken zijn er volgeschreven over het wonder van de liefde, dat mensen tot verrukking en vervulling zou brengen. Jaar in, jaar uit wordt het al eeuwenoude Romeo en Julia nog opgevoerd en wenen de toeschouwers weer mee met twee geliefden die het geluk wordt ontzegd. Hoeveel schilders, beeldhouwers, fotografen, filmers hebben hun talenten al niet uitgeleefd op passie, genot, extase of juist wanhoop, duisternis en verlatenheid: gevoelens waarvan we dachten dat ze werden opgeroepen door liefde en gebrek aan liefde?

Helemaal mis. De Kus van Rodin, de Kus van Klimt, de Kus van Robert Doisneau: allemaal optisch bedrog.  Casablanca, Gone with the Wind, Titanic, Love Actually: mooi niet. Zowat het hele oeuvre van Alain de Botton: helaas.

En toch. En toch houd ik het idee dat in al die bibliotheken, schouwburgen, musea en filmhuizen een echter beeld van liefde en geluk wordt gegeven dan door de verzamelde bureaus voor de statistiek. Nu nog een wetenschapper die het gaat bewijzen.

dinsdag 12 februari 2013

Er is geen TomTom voor de zevende hemel


Met het fenomeen geluk is het eigenlijk merkwaardig gesteld. Het is het meest begeerde artikel ter aarde, maar niemand die er het fijne van weet.

O, meer dan genoeg mensen beweren dat ze er het fijne van weten. Tik het woord ‘geluk’ in op Google en je wordt misselijk van de baaierd aan zoete tips die zich dan voor je opent. Tritsen boeken over het paradijs op aarde, lijstjes met vijf, tien of twintig tips hoe je helemaal blij kunt worden, cursussen, workshops, spreuken, testen om je geluk te meten – en allemaal claimen ze de wijsheid over geluk in pacht te hebben,

Ik geloof niet één van die profetieën. Tenminste niet als het gaat om geluk in de zin van het diepgewortelde besef dat je leven op dit moment heerlijk is, wat volgens mij de existentiële kern is van het verlangen naar geluk. Dat laaiende gevoel van intense voldaanheid is niet op recept verkrijgbaar. En zeker niet op algemeen recept. Het is een hoogstpersoonlijke ervaring die elk individu maar op de tast door het duister moet zien te bereiken. Geen TomTom die de weg weet naar de zevende hemel.

Wat de klavertjevierfilosofen gemeen hebben, is dat ze niet mikken op de feestelijke vorm van geluk, maar op de doordeweekse variant: tevredenheid. Neem de site Happynews. “Gelukkig zijn is makkelijker dan je denkt,” menen de samenstellers. “We geven je enkele eenvoudige lessen in geluk voor het dagelijkse leven.” Waarna je de raad krijgt minder ambitieus te worden, niet meer te streven naar volmaaktheid, in te zien hoe relatief alles is, narigheid te accepteren en te focussen op het hier en nu. Ofwel: geluk is een kwestie van minder zeuren.

Dat moet je eens aan een blueszanger of een fadista proberen uit te leggen. Geluk is geen aanlenglimonade, het is absint, gloedvol in plaats van flets, geen deuntje maar een aria vol hoge C’s, een kus van de goden.

Dat het een gecompliceerd onderwerp is, blijkt uit een herinnering aan een psychiater die ik lang geleden interviewde over geluk en die me was aanbevolen als kenner van de materie. Hij hield me voor dat geluk een resultaat is van het ‘dissociëren’ van alle narigheid die er ook altijd is en concentreren op het goede. “Het is een fantastisch vermogen. Ik vind dat levenskunst. Je kunt toch alleen maar feestvieren of met je kinderen spelen of met je vrouw vrijen, als je een hoop zorgen opzij kunt zetten?”

Anderhalf jaar later kwam de psychiater niet uit een persoonlijke crisis en pleegde hij zelfmoord.

zaterdag 9 februari 2013

Het uur van de dwaas




Voor Ons Soort Mensen breken moeilijke dagen aan. Ik hoef maar één woord te noemen en de ware OSM’er trekt wit weg: carnaval.

Bij De Wereld Draait Door viel dezer dagen weer eens te beleven hoe de cultureel-correcte gemeente tegen carnaval aankijkt. Het gebeurde in het kader van een wedstrijdje over de carnavalshit van het jaar, georganiseerd door Giel Beelen. ‘Om in de stemming’ te komen toonde Matthijs van Nieuwkerk enkele vreselijke clips met onder anderen Ria – preitjes op mijn dijtjes – Valk en Frans Bauer in een bubbelbad. Daarop volgden een paar acts met lol van de onderste plank. Prem Radhakishu lag proestend onder tafel, Jan Mulder aarzelde tussen afgrijzen en meeklappen, Van Nieuwkerk zat maar te grinniken en zo werd toegewerkt naar de onvermijdelijke polonaise met confetti.

Wat een schijnvertoning. Alsof carnaval een jaarlijkse eruptie is van blatend onbenul en wansmaak, aangelengd met lauw bier. En alsof ze aan de stamtafel van DWDD ook maar enig verstand van dit onderwerp hebben.

Slecht begrepen imitatie
Het carnaval zoals dat meestal op televisie wordt vertoond is een slecht begrepen imitatie van het volksfeest dat zuidelijk Nederland elk jaar aan de vooravond van de vastentijd in zijn ban krijgt. Een katholieke traditie met een aantrekkingskracht die de ontkerkelijking met gemak overleefde.

Ik vier het niet meer actief mee, maar vind het elke keer weer fascinerend om te zien hoe de straten vol raken met kleur en klank en drommen dansende, zingende, lachende mensen. In optochten steekt men de draak met ernst, bombarie en gezag. In de cafés vermaakt men elkaar met schertsverhalen, slaan automonteurs notarissen op de schouders en blaast een eenling met een tuba een weemoedige deun. Op een straathoek verdiepen twee onbekenden zich in een eindeloze kus.

Vamp en boef
Carnaval is ook een groot spel. Men vermomt en schminkt zich tot boer, vamp, spook of paradijsvogel. De burgemeester draagt een kiel en zijn stad een koldernaam. De rol van God wordt vervuld door Bacchus. Het abnormale is tijdelijk de norm, het ongehoorde hoe het hoort. Carnaval is het uur van de dwaas. Hoe grotesker en burlesker, hoe luider het gejuich.

Hoewel carnaval speelt met de waarheid, zoekt het ook naar oprechtheid. Op deze dagen is er ruim baan voor sentimenten die gewoonlijk getemperd blijven en mag men zich naar hartenlust dompelen in chauvinisme, romantiek, nostalgie of pathetiek. Ik herinner me de collectieve weemoed op een dinsdagnacht in Venlo toen de kroegen gingen sluiten en een trompet een Vastenavondblues inzette en heel de straat met een snik in de stem zong: ‘Het is gedaan, het is gedaan, we moeten nu naar huis toe gaan. Wat een leed, och wat een leed, het is weer gedaan.’

Een kostelijk feest. Voor wie het wil zien.