vrijdag 11 mei 2012

De aardige mensen zijn nog niet op


En inderdaad: een brief van J.
   Tweeëneenhalf jaar geleden vertelde ik een paar collega’s dat mijn eerste kleinkind op komst was. ‘Moet je opschrijven,’ meende de toenmalige hoofdredacteur. Schoorvoetend schreef onze verslaggever dat voorjaar de coverstory Voor ’t eerst opa .
   Dat jaar zat tussen de kerstpost een brief met een handschrift dat ik niet kon plaatsen. Een mij geheel onbekende lezeres, J., vond dat het tijd werd om kleindochter Madee en mij te bedanken voor ons verhaal. J. had het gelezen tijdens een donkere ziekteperiode en het had haar danig opgebeurd. Ze wijdde nog enkele hartelijke zinnen aan de foto’s van het prille fotomodel en hoopte dat ze met haar grote ogen de lichtjes van de kerstboom kon waarderen.
   Ik was blij verbaasd dat een onbekende de moeite nam om driekwart jaar na publicatie nog te reageren op het artikel. Het gaf ook aan dat de aardige mensen nog niet op zijn.
   Op Madees eerste verjaardag wenste J. ons geluk met deze eerste mijlpaal. Met kerst stuurde ze opnieuw attente woorden. Dit voorjaar werd Madee twee, en inderdaad: een brief van J. waarin ze zowel op de jarige als op haar grootvader inging.
   Ik antwoordde dat ik in haar initiatief een eenvoudige levenswijsheid las: het gaat beter met de wereld naarmate mensen attenter worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen