zondag 22 mei 2016

Zoef d’n Twidde

Zo ben je iets kwijt, zo ben je iets rijk. Amper een week geleden neem ik, omdat de benen niet meer willen, afscheid van mijn goede oude prachtfiets. En gisteren maak ik mijn eerste kilometers op mijn goede nieuwe prachtscoot.

Met de zon op de wangen en de wind in de haren gaat het de verte in, naar velden en dreven waar ik lang niet meer was. Het voormalige industriegebied waar overal vers leven opbloeit. Een weids stuk braakland, inmiddels mooi bebouwd. De weldadige fietslaan door de bossen, waar ik me op verheugd had. Een nieuw pad van rood asfalt langs het kanaal. Een jong park met glooiende lijnen en verre einders. Ik rijd er rond als een grootgrondbezitter die zijn afgelegen landerijen inspecteert.

Het doet me goed. Het buitengebied dat onbereikbaar was geworden is weer toegankelijk. Na een zware operatie, nu twee zomers geleden, had ik in afwachting van herstel een meeneemscootje aangeschaft, maar dat had maar een kleine actieradius en was niet geschikt voor tochtjes. Toen de hoop dat ik wel weer aan het fietsen zou raken ijdel bleek, werd het tijd voor een volwassen scootmobiel. Die is er, sinds gisteren. Ik noem hem Zoef 2. Of op z’n Eindhovens: Zoef d’n Twidde.


Zoef d’n Twidde is balsem voor mijn ziel. Ik kan weer kiezen uit allerlei bestemmingen en ben niet meer aangewezen op de beperkte rijcirkel van de miniscoot. Dat geeft me een stukje leven terug. Dat is, naast het concrete plezier van een tochtje, ook winst, en winst is zeer welkom na jaren die het ene verlies na het andere brachten. Alles werd minder, schreef ik laatst, behalve de beperkingen, want die namen toe. Ik hield er tamelijk goede zin bij, maar merk nu dat ik zo’n oppepper als die van Zoef d’n Twidde wel kan gebruiken. Meer moet ik er niet over zeggen, want dan loop ik gevaar een positivo te worden, en dat is ook weer niet de bedoeling. Bovendien heb ik geen tijd meer voor schrijverij, want u begrijpt: ik moet dringend naar buiten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen