dinsdag 5 april 2016

Zo gaan die dingen

In de wachtkamer van de huisarts was ik de enige patiënt, tot een gezette man van een jaar of vijftig binnentrad. Hij begon al te praten nog voordat hij een stoel had betrokken en hield daar ook niet meer mee op. Verkouden dat hij was, snipverkouden, het zat helemaal dicht. Dat kwam, hij had van een ander z’n glas gedronken en die was ook snipverkouden geweest, vandaar. Zo had hij altijd wel wat, als het ’t een niet was, was het ’t ander wel, niet normaal meer. Arbeidsongeschikt was hij ook al,49 jaar en afgekeurd. Hij kon wel werken, daar niet van, van alles kon-ie, met auto’s bijvoorbeeld, uitdeuken, oplappen, noem maar op, maar ze wouen ‘m niet meer, hij was te oud. En nou z’n moeder was ook nog overleden, drie maanden geleden. Een verdriet dat hij daar van had, verschrikkelijk gewoon. Hij was de jongste van twaalf kinderen, een nakomertje, dan tikt zoiets extra aan. Na zijn moeder d’r dood was hij gaan drinken. En niet zo’n beetje ook. ’s Morgens vóór het douchen al vier halve liters, hij schaamde zich kapot. Het vocht ging al in zijn benen zitten, kijk die enkels eens, veels te dik, daar liep hij ook al voor bij de dokter. Maar ja, geen gezin, blijf dan maar eens van de drank af. Dat wil zeggen, een dochter had hij wél, maar die zag hij nooit, ook zowat.

Ik knikte af en toe maar eens en mompelde ‘een mens kan wat meemaken’ en ‘je hebt het niet voor het uitzoeken’ en meer van die wijsheden. Ze komen wel van pas als een wildvreemde je ongevraagd trakteert op allerlei intimiteiten. Je wilt dan niet onverschillig reageren, maar de prater ook niet aanmoedigen met vragen of meelevende terzijdes, en daarom doe je maar een greep uit de pot met loze frases. Dat hou je toch. Het is niet anders. Je moet toch wát. Zo gaan die dingen. Zo is er altijd wel wat. Zo krijgt ieder zijn portie. Zo zie je maar weer. De ene mens is de andere niet. Het zal wel ergens goed voor zijn. Wat komt, dat komt. Dat zeggen ze tenminste. Je zal ze de kost geven. Niet niks allemaal. Maar we mogen niet klagen. Er zijn ergere dingen. Komt goed.

Behalve een tikje mal, vind ik het ook wel aandoenlijk dat mensen elkaar zulke woorden toespelen. Het zijn passe-partouts, zalfjes voor divers gebruik, uit het leven gegrepen, goed bedoeld, met een snuifje begrip en een vleugje troost. We laten merken dat we de ander gehoord hebben. En begrepen. En dat we zelf ook wel eens. Omdat nu eenmaal. Of we willen of niet. Zo gaan die dingen. Toch? 



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen