maandag 18 april 2016

My way

Een van de aantrekkelijke kanten van het schrijverschap is dat je er eeuwige roem mee kunt verwerven. Zo verkeer ik op mijn werkkamer in het illustere gezelschap van Vondel, althans zijn van een Neerlandicus geërfde buste, het versteende bewijs dat de pen tot de literaire hemel kan leiden. Naar Vondel is zelfs het bekendste park van Nederland genoemd en elke stad kent wel een Vondelstraat.

Nu is een roem als deze wel van het postume soort, want onze dichtersvorst heeft daar bij leven geen plezier aan beleefd. Dat vind ik jammer. Ik zou het diverse schrijvers – en andere kunstenaars – graag gunnen dat ze na een lovend woord van de wethouder van cultuur, tevens locoburgemeester, nog eens een fles champagne stuk mochten gooien tegen hun eigen straatnaambordje.

Omdat het wel tot Sint-Juttemis zal duren aleer het zover is, áls het al ooit zover komt, heb ik het initiatief maar naar me toegetrokken en een eigen bordje ontwikkeld. Ik had het klaar willen hebben bij het verschijnen van de tweede druk van mijn veelgelezen bundel De man voor het raam, maar op dat moment was ik er nog niet uit of ik een straat of iets anders met mijn naam zou optuigen. In eerste aanleg had ik een boulevard in gedachten, omdat ik graag mag flaneren, zeker sinds ik een stok bezit, en flaneren doet men op boulevards. Maar bij een boulevard hoort zee, en die mist Eindhoven nu eenmaal.

Een laan had natuurlijk ook gekund, maar die vond ik ineens zo pretentieus, net als een park of een singel – in wezen ben ik maar een bescheiden mens, ook al wek ik niet altijd die indruk. Een steeg is eigenlijk wel genoeg. In mijn reisverhalen zwierf ik daar ook altijd het liefst rond, door stegen en krochten, vaag verlicht door vaal lantaarnlicht dat lange schaduwen om zich heen wierp, tekenen van andere, nog geheime levens. Een achterommetje was misschien ook een idee. Daar had ik al eens een beschouwing over geschreven als inleiding op Herman Wouters’ mooie fotoboek Brandgang. Of een paadje. Johan, een oude vriend van mij, woonde ooit aan een Paadje, dat vond ik wel wat hebben. Maar het Matt Dingspaadje, nee, dat oogt op de een of andere manier toch niet.


Zo ben ik uitgekomen bij het Matt Dingspad. Daarvoor heb ik een wandelpad langs de Dommel in gedachten, waarvan ik de precieze locatie nu nog niet kan bekendmaken. Onthulling bij verschijning van de derde druk. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen