zaterdag 16 april 2016

Moeten we onze rotzakken omhelzen?

Vandaag maak ik het mezelf moeilijk: ik ga eens schrijven over problemen. Geen fijn onderwerp. Mensen geven niet graag toe dat het leven hen af en toe erg dwars zit. Baan onzeker, relatie een zesje, een salaris dat de rekeningen niet kan bijbenen en ook nog eens pijn in de linkerschouder – maar vraag hoe het gaat en het antwoord klinkt steevast zonnig. Wie werkloos wordt, is op zoek naar ‘een nieuwe uitdaging’. De kankerpatiënt is geen slachtoffer, maar een held die keihard strijdt voor zijn overleving. Problemen zijn er om opgelost te worden.

Natuurlijk, je kunt beter niét dan wél bij de pakken neerzitten. Het is verstandiger naar een oplossing van je moeilijkheden te zoeken dan erin te zwelgen. Maar zo’n oplossing begint bij de erkenning van het probleem. Dat klinkt gemakkelijker dan het is. Als ik eens stilsta bij mijn haperende gezondheid, voel ik al snel de neiging voort te gaan, weg van die moeilijke gevoelens, weg van de regen en de mist, dóór naar de horizon waar de zon weer schijnt en de monterheid de somberheid de baas is.

En toch geloof ik dat het heilzaam is, de bui zo nu en dan maar eens uit te zitten en de frustratie, de boosheid of het verdriet toe te laten. Het een lukt niet meer, het ander evenmin, dít gaat amper, dát is minder, die longen, die spieren, die onrustige cellen, wat moeilijk toch, wat verdrietig. Zoals een moe lichaam om rust vraagt, zo wil een belast gemoed een zucht kwijt, een vloek, een snik. Het is de stoom die van de ketel moet.

Daarmee zijn de problemen niet zomaar opgelost, want sommige problemen láten zich niet oplossen. Het zijn rotzakken, leedbezorgers, chagrijnverwekkers, obstakels en valkuilen op je levensweg. Maar het zijn wel jóuw rotzakken et cetera en je zult het ermee moeten doen.

Embrace the ugly, stond hier laatst op een parkeergarage gekalkt. Ik schreef daar een stukje over, vond het wel een prikkelende gedachte, maar was het er toch niet helemaal mee eens. Moeten we onze rotzakken omhelzen? Ook dat gaat me te ver. Maar hen een plaats geven, als ze toch blijven, is wel een idee.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen