zondag 24 april 2016

Huisje Godverdegodver (2)

Helaas: mijn plan om hier een Bed & Breakfast voor positivo’s te beginnen is gestrand. Ik kreeg geen enkele aanmelding voor Huisje Godverdegodver, waarvan ik onlangs de opening aankondigde.

Het leek zo’n succesformule, een plek waar té blije mensen gegarandeerd van hun probleem afkomen. Ik dacht: luister dag in, dag uit naar de hamer, klopboor, frees, beitel en schoefmachine van mijn buurman en je bent in een vloek en een zucht ontblijd. Maar daar blijkt de markt dus nog niet rijp voor.

Vandaag – zondag, rustdag – begon buurman aan zijn zevende herrie week. Twee zonen kwamen hem helpen, zodat de muren er extra enthousiast van langs kregen. Ik stond op het punt me uit machteloze ergernis de haren uit het hoofd te trekken, toen ik ineens het licht zag. Als een flits bliksemde het door mijn brein: buurman bedoelt het helemaal niet zo kwaad, integendeel, hij geeft mij een lesje levenskunst, gratis en voor niks.

Want als ik hier wil blijven wonen, zit er maar één ding op, en dat is adaptatie. Ik moet leren leven met mijn nieuwe situatie. Proberen me af te sluiten voor geluiden en af te dalen in de stilte van het innerlijk. Proberen ergernis om te zetten in energie en in woede scheppingskracht te vinden. Al dat hameren klopt op de deuren van mijn verbeelding, alle geboor spoort aan tot verdieping. Ja! Juist!

De bouwvakker hiernaast reikt de filosoof in mij de hand. Afbraak is de voorbode van de opbouw en in die zin constructief en bemoedigend. Willen we niet allemaal vooruit in het bestaan? De dingen mooier en beter maken? Is het niet onze kosmische opdracht immer vooruit te leven en vandaag al te bouwen aan de dag van morgen?

Ik word steeds dankbaarder, want nu dringt tot me door dat hinder subjectief is. Als ik me er niets van aantrek, ervaar ik geen overlast meer. De oude Stoïcijnen leren dat we maar het best kunnen aanvaarden wat het universum zoal in petto heeft, want dat brengt ons rust en maakt ons gelijkmoedig en onverstoorbaar. Op www.filosofie.nl lees ik: ‘De Stoa maakt ons erop attent dat het niet de dingen zijn die ons van streek maken, maar onze opvattingen over de dingen.’

Dat is dus waar Buurman onvermoeibaar op hamert. Mijn gemoedsrust. Mijn geluk. Het is pure naastenliefde.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen