zondag 21 februari 2016

Youp en de prednisonkoppen

Heb ik de Week van de Euthanasie net overleefd, krijg ik Youp van ’t Hek voor de kiezen.

Ter wille van mijn gemoedsrust had ik me voorgenomen geen NRC-column van hem meer te lezen. De laatste (over de menopauze) was me zo slecht bekomen, dat het me een heleboel lelijke woorden aan zijn adres in de pen had gegeven. Lezend over mevrouw Huppakee en de euthanasiediscussie kwam ik hem ineens weer tegen. Hij is kennelijk aan de beterende hand, want de toon is als vanouds: van dik hout zaagt Youp klanken.

Waarmee sticht hij ons ditmaal? Dat hij jeuk krijgt van de zogenaamd integere televisieprogramma’s vol medische malaise en het daaraan verbonden menselijk leed. ‘In elk programma hinkepinkt er wel een uitzichtloze invalide met een prednisonkop zonder haar voorbij of piept een astmapatiënt met ongeneeslijk reuma dat hij of zij gewoon dood wil.’

Haha. Hahaha! Een uitzichtloze invalide! Met een prednisonkop! Zonder haar! Lachen toch? Of een piepende astmapatiënt met ongeneeslijk reuma! Toe maar, de ene dijenkletser na de andere, Youp schudt ze uit zijn mouw alsof het niks is.

Het is ook niks. Zero, nada, niente. Praat één keer met iemand die geen perspectief meer heeft in het leven en je maakt er nooit meer een grap over. Adem één minuut door een rietje – zo voelt het ademen voor een longpatiënt aan – en je piept wel anders. Stel je éven voor hoe het is om rotmedicijnen te moeten slikken waardoor je gezicht opzwelt en/of je haren uitvallen... Maar nee, denken en empathie, daar is Youpiedepoepie niet van.

Het is niet alleen bot om doodzieke mensen onder te spugen met de fluimen die hij voor geintjes houdt, het is ook van een niveau waarvoor de gemiddelde Leidse corpsbal – Youps rolmodel – zich zou generen. En waar NRC Handelsblad trouwens ook bezwaarlijk prat op kan gaan.

De kop boven de column luidt: Leven voor de dood. In reactie op alle aandacht voor medisch malheur pleit hij, zoals wel vaker, voor ‘iets meer vitaliteit, iets meer leven!’ Daar heeft hij een punt. Vraag maar aan de zieken.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen