maandag 3 augustus 2015

Langs de lange lindenlaan


 
Het is ook nooit goed. Ik had me voorgenomen een stukje te schrijven over de buien van somberheid die af en toe langstrekken, de halve en hele uren dat het leven van lood lijkt en niets troost biedt, de juichende zomer niet, het zingen van de vogels, het ruisen van de hoge bomen en de kraaiende pret van spelende kinderen niet. Dat sombere stukje zat al half in de pen, met ’n uurtje was het eruit, de kop had ik al: Minne momenten. 

Maar eerst wilde ik nog wat buitenlucht opsnuiven, want mijn longen konden wel zuurstof gebruiken, die beleefden ook minne momenten. Ik scootte naar een parkje dat ik vaak aandoe, sloeg een lommerrijk laantje in en toen ging het mis. Weg somberheid. Ik  zag hoe de rijen bomen langs het smalle weggetje de diepte zochten en hoe de zon door het lover parelde en een ballet van licht en donker op het asfalt toverde, en op slag was het gedaan met de minne momenten.

Lanen zijn goed voor het gemoed. De bomen aan weerszijden stippelen de weg uit en roepen zo een sfeer van zekerheid en veiligheid op. Hun kruinen raken elkaar hoog boven ons en bieden bescherming tegen de elementen: als het regent, word je hier niet drijfnat en blikkert de zon, dan vind je hier de nodige schaduw. De bomen zelf wijzen de hoogte in, maar zorgen in gelid geplant ook nog eens voor perspectief, wat ons gevoel voor esthetiek en voor verhoudingen prikkelt. Behalve goed voor het gemoed zijn lanen ook feestjes voor de zinnen. 

Van Dale, definieert een laan als ‘weg, aan beide zijden met een of meer rijen bomen beplant, ook beschouwd als zeer geschikt om er te wandelen’. Dat is een fijne verfijning, al zou ik er graag aan toevoegen ‘met een verloofde’ en ‘c.q. te scootmobielen’.  

Behalve om te wandelen (met of zonder en c.q.) is een laan ook zeer geschikt om te wonen. Het zijn steevast de duurste straten van een stad die zich met het achtervoegsel ‘ –laan’ mogen tooien. Als om er nog een schepje op te doen, heten die lanen dan ook nog eens naar gevierde dichters of exotische graven en prinsessen. Het toppunt van chic is het als men woont aan de Parklaan, waarbij de luisterrijke sfeer van het park wordt verbonden aan de weelderigheid van de laan. Waarbij trouwens opvalt dat men niet op of in, maar aan een laan woont: terzijde, achter een zoom van beuken of platanen. En dat men behalve door ook langs een laan kan wandelen. Want dat is waar Liesje Lotje leerde lopen: langs de lange lindenlaan.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen