vrijdag 13 maart 2015

Hoe blijf je monter met mankementen?


Ik sta vaak in de krant. Niet als persoon, maar als categorie. De ene keer gaat het over kanker, dan over luchtwegaandoeningen, een ander maal over vaatproblemen, en telkens hebben ze het dus over mij. Hetzelfde geldt voor arbeidsongeschikten, chronisch zieken en mensen met beperkingen. Voor bezitters van een rollator of invalidenparkeerkaart. Voor senioren met een groeiende zorgvraag. Er zijn dagen bij, dan vul ik zomaar het halve ochtendblad.

Dat is niet iets om ijdel van te worden en opgewekt naast je schoenen te gaan lopen. Integendeel: je moet oppassen dat het leven met mankementen je niet mies maakt. Die mankementen zorgen voor een gestage afbraak van energie. Hoe meer energie je verliest, hoe minder mogelijkheden je overhoudt en hoe meer beperkingen je oploopt. De balans tussen wat je zou willen en wat je nog wèl en niet meer kunt, wordt steeds schever. Houd daar maar eens een zonnig humeur bij.

O zeker, je hebt ze, mensen die ondanks een abonnement op tegenslag fluitend door het leven gaan en van elke lastige dag een feestje weten te maken. Maar dat talent is niet iedereen gegeven. Optimisme is geen optie die je maar hoeft aan te vinken bij pech onderweg, het is een houding die zich in de loop van een leven al dan niet heeft ontwikkeld.

Zelf reken ik me tot de positivo’s noch de somberaars. Doorgaans ervaar ik een soortement gedempte monterheid, het materiaal waarmee kennelijk de bodem van mijn ziel gestoffeerd is. Maar nu en dan is het me duisterder te moede, vooral als ik me realiseer dat er medisch geen verbetering, slechts verslechtering te verwachten is, een proces dat eigen is aan progressieve aandoeningen.

Ik denk dat de mens dermate is ingesteld op vooruitgang dat hij slecht zonder dat wenkende perspectief kan. Niet voor niets is ‘komt goed’ een cliché van jewelste, een rituele bezwering die als passe-partout dient in alle mogelijke gesprekken, of ze nou over economie gaan, gezondheid, of het weer. Vandaag regent het weliswaar, maar morgen schijnt de zon, het komt goed, het komt heus goed.

Als die bezwering niet opgaat, zoals bij een ziekte die langzaam maar zeker erger wordt, zijn we onthand. Wat moeten we zonder de troost dat onze sores ook wel weer zullen overgaan? Dan zit er maar één ding op, geloof ik: proberen in te zien dat sores bij het leven horen. – Lees de krant er maar op na.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen