dinsdag 10 maart 2015

Een debutant op het Boekenbal


Vanavond naar het Eindhovense Boekenbal in het Natlab! De Amsterdamse Stadsschouwburg heeft het echte Bal al achter de rug, maar wij, fine fleur van de Brabantse letteren, hebben nog een eigen versie voor de boeg. De eerste hier ter stede.

De uitnodigingen voor het Amsterdamse Bal zijn zoals bekend schaars en felbegeerd. Mij viel lang geleden – 1991 – een kaartje ten deel. Ik had toen net mijn min of meer literaire debuut gemaakt met Oproer en blues, een bundel Europese reisverhalen. Ik weet nog hoe ik in een mengeling van zenuwen en trots door de gangen van de Stadsschouwburg dwaalde en niet goed wist of ik me nou collega mocht wanen van al die literaire grootheden, die hier zo ontspannen hun glazen achterover kiepten. Toen een onbekende belangstellend informeerde welk boek ik op mijn naam had gebracht, stamelde ik zo’n ontwijkend antwoord, dat de vraagsteller me geërgerd voor pedante kwast uitmaakte, wat ook niet bijster hielp.

Niet lang daarna werd mijn boekje gerecenseerd door iemand wiens naam ik verdrongen heb, maar van wie ik me herinner dat hij zelf een vaardig reisschrijver was. Hij liet weinig heel van mijn debuut. Dat vond ik spijtig, temeer omdat ik nog eens een idee wou uitvoeren, dat ik in een van zijn reportages had opgedaan. Hij noteerde ergens in het voorbijgaan dat Herman Hesse eens een fraai reisvertelling aan Baden-Baden had gewijd. Eureka, dacht ik, in het voetspoor van Herman Hesse naar het Duitse kuuroord, dat wordt een smakelijke kluif!

De redactie was het met me eens en ik toog met Hesse op zak naar Zuid-Duitsland. Veel van zijn waarnemingen lieten zich daar nog steeds waarnemen. Het bijzondere ras dat de kuurders met hun waaiers aan mankementen vormen. De vermoeide sfeer van dure hotels waar gasten zuchtend hun watertjes en wijntjes dronken. De rituelen in de badhuizen. De geheimzinnige geuren en geluiden die een kuuroord eigen zijn. Ik zoog het herkennend en waarderend op.

Ik boekte een kamer in grand hotel Brenner, dat nog het meest leek op Hesses beschrijvingen. Toen de directie vernam dat de Holländische Presse present was, stond zij erop een passender onderdak aan te bieden en zo vond ik mezelf terug in een koninklijke suite die normaliter 1850 DM per nacht kostte. Om er na twee dagen onderzoek achter te komen dat Hesse hier nooit geweest was. Dat hij zelfs dat hele Baden-Baden nooit had aangedaan. Het kuuroord dat hij beschreef was het Zwitserse Baden, door mijn recensent voetstoots maar abusievelijk voor de Duitse bijna-naamgenoot aangezien.

Ik hield er toch nog een verhaal aan over. En een licht plezier om het idee dat een kritische boekenbespreker niet per se een goede lezer is.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen