dinsdag 18 april 2017

Kwiek ziek

Op een armlengte van mijn bureau bevindt zich een plank met mijn verzamelde werken: een paar boeken en een rij ordners met stukken uit De Tijd en HP/De Tijd. Het is nogal ijdel, zo’n egoplank, maar ook de neerslag van jaren vol ijver en animo, dus alla. En soms komt-ie van pas.
Vandaag schoot me te binnen dat ik eens een artikel had geschreven over de vraag hoe chronisch zieken het leven met continue beperkingen ervaren. Mijn plank vertelde me dat ik het stuk schreef in 2006, niet zo lang nadat ik zelf op een chronisch longprobleem was betrapt. Dat is een voordeel van de journalistiek: je kunt allerlei deskundigheid inschakelen om je eigen fascinaties te onderzoeken.
Ik pakte het artikel erbij. ‘Kwiek ziek,’ stond er boven, en dat was gepast, want het beschreef hoe mensen de tegenspoed van ernstige fysieke problemen verwerkten. Een ongeluk of kwaal had hun leven voorgoed veranderd, maar daarom was het niet minder waard geworden. Volgens Jacqueline Kool, een publicist met een progressieve spierziekte, ging het erom een balans tussen kunnen en willen te vinden. En in te zien dat geluk en drama niet tegenover elkaar staan, maar allebei bij het leven horen.
Dat vond ook collega-publicist Marja Morskieft, bekend met MS (multiple sclerose): “Ik ben niet boos op het noodlot. Dat hoort bij het leven. We moeten niet alleen vooruitgang, maar ook achteruitgang erkennen. Bovendien heeft mijn makke me ook veel waardevolle belevenissen en nieuwe vrienden bezorgd.” – Als om de daad bij het woord te voegen werden Marja en ik prompt bevriend.
Giesbert Nijhuis, die door een ongeval bijna volledig verlamd raakte, vertelde dat hij wel zijn boze en angstige momenten kende, maar óók een plezierig probleem had: “Er is nog altijd te veel wat ik wèl kan.” Wat je noemt kwiek ziek.
Ik herlas het allemaal met instemming en herkenning en toch schuurde er ook iets. Ook ik probeer me niet te laten overschaduwen door mijn royale medisch dossier; van tijd tot tijd laten de donkere wolken zich echter niet wegblazen. Die horen er ook bij, houd ik mezelf dan voor. Zonder de wolken zouden we de zon niet waarderen, zomin als de mazzel zonder de pech of het genot zonder de walging.

Ik weet het, maar vergeet het vaak: het is de eeuwige schommel van op en neer, van eb en vloed, van yin en yang. Mooi en vertroostend. Ik moest er maar een mantra van maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen