dinsdag 10 november 2015

Optimisten zijn te optimistisch

Op Facebook komt een aardige Loesje voorbij: Chronisch ziek zijn vraagt om chronisch optimisme. Het is een aansprekend begrippenpaar. Het nare wordt gekoppeld aan het aangename en verzacht daardoor. Tegenover de moeilijkheden van vandaag staan de kansen van morgen. Kop op, komt goed!

De kracht van de spreuk zit in het bezwerende karakter ervan, de dringende suggestie dat optimisme een probaat medicijn is tegen een taaie aandoening. Dat is een populair idee geworden, ook al ontbreekt het aan overtuigend bewijs. De stelling wordt steevast gestaafd met een verwijzing naar buurman A of tante B of collega C, die dankzij wilskracht en positief denken helemaal herstelde van een hardnekkig malheur. Fijn voor de betrokkenen; helaas trekken de statistieken zich van zulke losse gevallen weinig aan. Chronisch zieken hebben meer aan goede medische zorg dan aan een komt-goed-geloof.

De blije boodschap van de positivo’s klinkt mooi, maar is bedrieglijk en riskant. Bedrieglijk omdat fysieke processen zich niet zomaar laten besturen door houdingen en opvattingen. En riskant omdat het beter is alert te zijn op signalen van het lichaam, dan die te verbergen achter smileys en opgestoken duimen.

Daarmee pleit ik nog niet voor chronisch negativisme, want met zwartkijken schiet je nog minder op dan met een roze bril. Chronisch ziek zijn vraagt om aandacht, zou ik op mijn wandtegeltje schrijven. Niet zozeer de aandacht van derden, al kan dat zelden kwaad, maar aandacht voor wat je allemaal overkomt als lijf en leden haperen. Dan valt iets weg waar je recht op dacht te hebben: de quasizekerheid van de gezondheid. De ontstane leemte vult zich met vragen, boeiende maar ook bange vragen, vragen over hoe het verder moet, wat je nog kunt, waar het om gaat, wat je nog wilt. En die vragen mengen zich dan weer met verlangens en halve gedachten en twijfels en nog nooit ervaren ongemakken en onzekerheden. Geen sinecure allemaal, genoeg om ongelukkig van te worden, maar óók genoeg om de geest aan te laven. Op je reis door het leven is een wissel omgezet, zodat je op een onbekend station bent beland met schimmen op de perrons en geluiden die zich niet goed laten duiden. Beetje obscuur, maar ook spannend, dit station in de mist. En werkelijker dan de zonovergoten fictie van de optimisten. Want weet je wat het is met optimisten, lieve Loesje? Ze zijn gewoon te optimistisch.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen