dinsdag 2 september 2014

Scènes uit Blixembosch


Mijn eerste week in revalidatiecentrum Blixembosch ligt alweer achter me. Ik begin te wennen aan de ritmes, de regels, de eigen geluiden en de vaste gezichten. Aan de norse Russin met haarjoggingpakken in vijf pasteltinten, die bij elke maaltijd de verste hoek van de gezamenlijke eetkamer uitkiest om daar traag en lusteloos haar vitaminen weg te werken. Aan de voormalige kroegbaas die niet tegen stilte kan en altijd en overal muziek wil horen of gesprekken aanknoopt. Aan de routinier die alle geheimen van de instelling kent en ze gevraagd en ongevraagd met iedereen deelt. Aan de noviet die nog niet met zijn rolstoel uit de voeten kan en voortdurend tegen muren, tafels en benen aanrijdt en dan verontschuldigend ‘zes’ of ‘tien, ‘nee: achttien’ zegt, want hij heeft hersenletsel en kan bijna niet meer praten.

Ik scharrel wat rond tussen wacht- en oefenruimtes, sjor aan spieren, hap naar lucht, doe nog een rondje, strek acht keer, buig acht keer, sta op en val neer, doodop en verbaasd hoe weinig er van spieren overblijft na een paar weken ziekte en bedrust.

De lange gangen naar de diverse behandelaars hangen vol producten van teken- en schildercursussen. Daaronder prijken opvallend veel sporttaferelen, alsof de deelnemers steeds weer hun dromen uitbeeldden. Even verderop een prikbord met een oproep om mee te doen aan ‘ampuvoetbal’; het betrokken clubje heet ‘kort maar krachtig’.

Zo zwerf ik wat rond, tot ik terugkeer op mijn afdeling en vanuit de kamer naast de mijne een vrouw hoor huilen. Nee, het is geen huilen, het is een klaagzang, een jammeren dat van diep komt en van geen troost wil weten en zo pijnlijk klinkt dat het bijna niet om aan te horen is. “Wil je dan niet meer beter worden?” hoor ik een mannenstem retorisch vragen. Een nieuwe uithaal is het antwoord


 Zó dus kan het lot klinken, rauw en gewond en gespeend van elke gêne. In de aangrenzende kamers is het stil, daar liggen woordenloze verhalen over hoe het leven zijn loop ging en zich niets gelegen liet liggen aan plannen en verwachtingen. Die ene snijdende tristeza uit de naburige kamer balt al die grote en kleine teleurstellingen even samen. Één moment maar, dan klinkt er getrippel van kindervoetjes, gevolgd door hoge lachjes. Bezoekuur. Het tijdstip waarop verleden en toekomst proberen samen te smelten. Hoop en wanhoop: het zijn allebei scènes uit Blixembosch. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen