woensdag 17 september 2014

Goed bedoelde stilte


Het mooie van goede bedoelingen is dat ze vaak zo ontroerend zijn. De bedenkers van het revalidatiecentrum waar ik tijdelijk vertoef, bedoelden het ook goed toen ze een ruimte reserveerden, waar de revalidanten samen konden eten en ontspannen. Hier zouden ze samen ontbijten, lunchen en dineren, ganzenborden en mens-erger-je-nieten en 
dus volop de gelegenheid krijgen ervaringen uit te wisselen en te leren van elkaars wel en wee.

Maar ja. In de praktijk kan minstens de helft van het (steeds wisselende) gezelschap in de ontmoetingsruimte niet of nauwelijks praten : gevolg van het hersenletsel waarvoor ze hier behandeld worden. Dat drukt de spraakzaamheid van de overige aanwezigen ook nogal, zodat de maaltijden grotendeels in stilte verlopen en de gezamenlijkheid zich vooral bepaalt tot zwijgen. De spelen blijven ook onaangeroerd in de kasten liggen, want na de maaltijden zoeken de patiënten liever de beslotenheid van hun kamer op, of voegen zich bij de binnendruppelende visite.

Het doet me denken aan een ander revalidatieproject waaraan ik eens deelnam en dat alleen maar praatgrage deelnemers kende. Men vertelde honderduit en over een waaier aan onderwerpen: van de kleinkinderen tot tuinonderhoud en van uitstapjes tot medische lotgevallen. Een van die revalidanten had het daarbij voortdurend over ‘die van ons’. Omdat ik de streekdialecten niet allemaal beheers, wist ik niet goed wie of wat de man bedoelde – wat mij betreft kon het evengoed goed ‘s mans chrysanten als zijn nageslacht betreffen, Na een paar ochtenden studeren was ik erachter: ‘die van ons’ bleek zijn echtgenote. Die van ons wist alles van kruiden / wou nooit op vakantie / had het niet op dokters / zat nooit stil / leerde de kinderen tenminste manieren.

Toen ik eenmaal doorhad dat die van ons die van hem was, vroeg ik me af waarom hij zijn eega toch zo betitelde. Kennelijk was het hem niet genoeg dat mevrouw de zijne was en had hij voor haar een soort pluralis majestatis gereserveerd. Zij was niet alleen die van hem, maar de koningin van heel het gezin, inclusief alle erfhonden, broedse kippen, halve hanen en tortelduiven die daarbij hoorden. Ik zag een klassieke matrone voor me, met bollende rokken, een gebloemde schort en handen die van aanpakken wisten (en van een oorvijg op zijn tijd, want daar was nog nooit iemand slechter van geworden). Maar dan nam ik de schamele, stramme gestalte van de bijbehorende revalidant in me op en kon ik me naast hem toch ook weer geen dragonder van een wijf voorstellen, zodat ‘die van ons’ een mysterie bleef.


Of ze nou praten of niet, de mensen laten zich maar moeilijk begrijpen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen