donderdag 15 augustus 2013

1315 Dingsheimois en Dingsheimoises


Zomaar ineens, op klaarlichte dag, als bij toverslag, zonder waarschuwing vooraf, zo pardoes spatte een intrigerende plaatsnaam van het scherm. Daar was ik mooi klaar mee, want nu kon ik me natuurlijk op niets anders meer concentreren.

Dingsheim, daar ging het om. Op internet zoefde het woord voorbij. Een Frans dorp onder de rook van Straatsburg, las ik nog. Daar moest ik meer van weten. Als je Peter of Paul heet, vind je het heel normaal dat steden als St. Petersburg en San Paolo je naam voeren. Maar ik had het in geografische zin niet verder gebracht dan Dinxperlo. Dacht ik. Tot het toeval me Dingsheim in de schoot wierp.

Ik wilde er meteen alles, althans van alles, over weten. De plaats bleek een site te voeren met vele fijne finesses. Zo zou het voorvoegsel ‘dings’ afstammen van het woord ‘dunum’, Keltisch voor ‘heuvel’ of zelfs ‘heilige plaats’. Het is maar dat u weet dat deze blogspot niveau vertegenwoordigt.

De 1315 inwoners heten Dingsheimois en Dingsheimoises, wat ook al niet slecht klinkt. Ze beschikken over winkels die ‘alle gemakken van het moderne leven bieden (bakker, schrijfwaren, tijdschriften).’ En trots toont de site foto’s van het gemeentehuis, de lagere school, geraniums, de kerk, het kruispunt en de stortplaats. Het tabblad ‘gemeentelijke projecten’ is nog leeg, en dat is misschien maar goed ook.

Zal ik er eens heenrijden? Dan kan ik, zie ik op internet, ook wel naar Dings Road gaan, te vinden in zowel Connecticut USA als Zuid-Australië. Of naar Dings Lane, in een negorij een eindje boven New York. Vermoedelijk valt het allemaal tegen. Ik kwam ook ooit door het Franse gehucht Les Mathieux – was niks aan.


Misschien toch maar eerst eens naar Dinxperlo. Dat heeft in elk geval één aardige anecdote te bieden: die van het kleinste kerkje van Nederland. De eigenaar van een landgoed te Dinxperlo liet ooit zijn vermogen na aan een neef, op voorwaarde dat die er een kapel zou laten bouwen. Dat deed de neef, maar met tegenzin, want hij maakte zich ervan af met een minikerkje van 6,4 bij 5,5 meter en een torentje van 5 meter. Het werd nooit ingezegend en diende lange tijd als stal voor varkens en geiten. Tegenwoordig exposeren er regionale kunstenaars. Een typisch geval van parels voor de zwijnen werpen, dunkt me. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen