vrijdag 19 mei 2017

Idylle met rouwrand

Menno (l) en Paul (r) de Nooijer
Voor de tweede keer ‘Het laatste Kunstje’ bekeken, een documentaire over de kunstenaars Paul en Menno de Nooijer, gisteravond uitgezonden in Het uur van de Wolf.
De eerste keer was september 2016, toen de film van Jacomien Kodde tijdens een festival in Vlissingen in première ging. Daar wou ik bij zijn omdat ik nogal bij vader en zoon De Nooijer betrokken was geraakt. Dat begon met een interview met Paul, lang geleden in weekblad De Tijd, het vervolgde met een tweegesprek voor HP/De Tijd en het mondde uit in bijdrages aan hun multimediaproject Half the Horizon, hier al vaker beschreven.
De documentaire scharniert rond de prostaatkanker die Paul de Nooijer getroffen heeft, maar waaiert uit over de hele loopbaan van het duo in de avant-gardefilm en –fotografie. Er worden nogal wat constantes zichtbaar. Ze grijpen graag naar surrealistische elementen. De schminkdoos is nooit ver weg. Kleren zijn theatraal, of juist afwezig. Starre blikken in de camera en statische poses worden afgewisseld met versnelde filmbeelden die samen een sfeer van vervreemding oproepen. En hoewel er zelden wordt gelachen, valt er regelmatig te grinniken.
Die grinnik is tegelijkertijd interessant en lastig. Valt er met kanker eigenlijk wel te lachen? Niet heus, zou je zeggen, want kanker leidt nogal eens tot de dood. Maar als Menno alvast een doodskist voor de zieke Paul timmert en hem die trots presenteert: – “Hij is klaar!” – heeft dat toch wel iets komieks. Hetzelfde geldt voor de scène waarin een hondje likkebaardend een hapje prostaat verorbert. De lach die dan opwelt, maakt de zwaarte van het onderwerp licht en werpt een zonnestraal door het donker heen.
We zien vader, moeder, zoon, schoondochter en de drie kleinkinderen rondscharrelen op hun prachtige Zeeuwse landgoed, kalm doende met de walnoten- of tomatenoogst, een klusje of een filmshot, en in de volgende scène dient de kanker zich weer aan om de idylle van de grootfamilie-in-het-groen van een zwarte rouwrand te voorzien. That’s life, lijkt de film te zeggen: zó loop je rond, zó lig je in je kist, je kunt erom huilen, je kunt er ook iets van zien te maken – al is het je laatste kunstje.

Maar op het laatste kunstje dat Half the Horizon leek te worden, volgden er nog een paar, want Paul vond onverhoopt baat bij een nieuw medicijn – Enzalutamide – dat zich net op tijd aandiende. Toen ik hem zojuist aan de telefoon had, klonk hij energieker dan ooit. Dit weekeinde nieuwe opnames in Goes, zei hij vergenoegd. Ik hoorde hem in zijn handen wrijven. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen