zondag 11 januari 2015

De beste manier om dood te gaan?


Een neef aan de telefoon over een ander familielid, een oude dame die al enige tijd aan dementie lijdt, inmiddels niet meer zelfstandig kan wonen en daarom deze week naar een verpleeghuis gaat. Hetzelfde verpleeghuis waar haar echtgenoot na een beroerte zijn laatste ellendige jaren sleet.

“Dan waren mijn ouders beter af,” zegt neef. “Mijn vader viel zonder enig voorteken op een dag dood neer en mijn moeder overleed plotseling in haar slaap. Dat was beide keren een schok voor ons, maar alles liever dan een lijdensweg van langzame aftakeling.”

De beste manier om dood te gaan: het is zo’n onderwerp dat het goed doet in kringgesprekken. En ook in de pers. Rond de jaarwisseling citeerden allerlei media een Engelse schrijvende arts, die sterven door kanker de beste dood noemde. Wie plotseling heengaat door bijvoorbeeld orgaanfalen, heeft geen kans gehad zich op het einde voor te bereiden, schreef deze dr Richard Smith: ‘terugkijken op je leven, laatste boodschappen achterlaten, misschien nog eens speciale plekken bezoeken, luisteren naar favoriete muziek, geliefde gedichten herlezen en al naar gelang je geloof uitzien naar een ontmoeting met je schepper of naar de eeuwige vergetelheid.’

De Brit verwees daarbij naar een vergelijkbaar pleidooi van de Spaanse cineast Luis Buňuel. ‘Soms denk ik: hoe sneller hoe beter,’ schreef Buňuel eens. ‘Maar meestal geef ik de voorkeur aan een tragere dood, een verwachte dood, een dood die me toestaat mijn leven nog eens door te nemen voor een laatste afscheid.’ Als de dood maar niet eindeloos werd vertraagd door de moderne geneeskunde. Want, aldus Buňuel, ‘in naam van Hippocrates hebben dokters de meest verfijnde martelmethode uit de geschiedenis uitgevonden: het overleven.’

Filosoferen over je favoriete dood is natuurlijk een nogal academisch spel, want doorgaans kiest Magere Hein zijn eigen methodes. Alleen via zelfdoding en euthanasie valt er inspraak te bedingen, maar dat valt weer buiten het bestek van het spel. Ik geloof dat ik in mijn leven zo langzamerhand alle varianten op de dood heb zien passeren – onverhoeds, traag, gewenst, geregisseerd, veel te vroeg, mooi, aartslelijk –, maar geen van alle spraken ze me erg aan. De dood, welke dan ook, maakt een onverbiddelijk einde aan een leven, en dat heb ik tot dusver in alle voorkomende gevallen betreurd, hoeveel relativerende nuances er ook waren.


Mijn favoriete dood? Ik hoop dat het een beetje meevalt. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen