donderdag 15 december 2016

Prematureluurs

Al honderd keer gelezen dat ik het niet moet doen. Een flinke cursus mindfulness gehad om het af te leren. En toch kan ik heel wat tijd vermorsen met getob over mogelijke moeilijkheden. Er lopen allemaal beren op de weg naar morgen, bruine, zwarte, paarse misschien zelfs. Er kan dit gebeuren, en dat, en zus kan misgaan, en anders zo wel, en als er maar niet X, of Y, of erger nog: Z...

Zo zit ik soms te miezemuizen. Het baat niet als ik me voorhoud dat de werkelijkheid waarschijnlijk zal meevallen en dat ik me beter niet prematuur druk moet maken over zaken die zich wellicht helemaal niet zullen voordoen. En toch maak ik me van tijd tot tijd prematuur druk om wat zich allemaal kán voordoen. Om tureluurs van te worden. Prematureluurs.
Ik had het met de herfst. Op een mooie, jasloze dag in het late najaar werd ik pardoes bevangen door het besef dat het een van de laatste behaaglijke dagen was. Al snel zou de natuur zich naar de kalender voegen en een huivering door de dagen jagen. Het zou grauw en miezerig zijn, de bomen zouden hun tooi verliezen en overal zou het ruiken naar nattigheid en stervend blad. Een vooruitzicht om van te somberen, en dat deed ik dan ook op deze mooie dag, die er prompt minder mooi van werd. Maar toen het daadwerkelijk kouder, grauwer en natter werd en de straten en paden inderdaad vol dood blad lagen, bleef de somberheid uit. Het hád ook wel iets, dit seizoen van de vergankelijkheid en de weemoed. Voor niks getureluurd.
Of het feestje van onlangs. Ik had opgezien tegen al die ontmoetingen, al dat gepraat, al die indrukken en de kruim die het allemaal zou kosten. Toen het moment daar was, bleek het feestje natuurlijk top, met allerlei plezierige tête-à-têtes, de nodige humor en een aangename ontspannen sfeer.
Zo herinner ik me ook goed hoe ik voor een opknapbeurt een paar dagen doorbracht in een longrevalidatiecentrum en daar nogal afknapte omdat ik daar mijn toekomst zag: vijftigers die sjokten als tachtigers, deze en gene een rollator, anderen een scootmobiel, menigeen aan de zuurstof. Inmiddels is die toekomst mijn heden geworden, inclusief gesjok en rollend materieel: niet best, maar minder armzalig dan gevreesd.

Maal niet over morgen – ik heb het niet alleen honderd keer gelezen, maar ook al een paar keer opgeschreven. Nu weer hier. Hier en nu. Hier en nu. Hier en nu.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen