vrijdag 25 september 2015

Een Courbet in het stadspark


 De najaarszon wenkt, dus ik op de scoot, het groen in. Het park, even verderop, heeft er zin in. Het licht dwarrelt door het gebladerte, dat al een beetje begint te herfsten en zacht ruist in de wind. Hier en daar schieten paddenstoelen op; ook groeien er elfenbanken aan een paar bomen en stronken. Merels hippen over bedauwde grasperken op zoek naar een vers hapje worm. 

Het pad maakt een laatste draai en daar staat een pracht van een boom te pronken, een acacia, zijn roodbruine bast vol groeven en plooien, de takken gestoffeerd met een miljoen ijle blaadjes. Dat zie ik omdat mijn scootje nooit haast heeft en me de tijd gunt om details in me op te nemen. Haast is zelden goed, en al helemaal niet als het om iets bijzonders of iets moois gaat. 

Mijn blik gaat van de grillige stam naar de wuivende kruin en weer terug, en dan zie ik het ineens. Ik pak mijn smartphone om het te fotograferen, maar wacht even omdat er een fietser aankomt en ik me wat geneer, zo met mijn neus hier bovenop, ik lijk wel een voyeur. Als hij voorbij is, kijk ik nog eens goed, en ja, het is niet te miskennen: dit is onversneden boomerotiek. Op ooghoogte heeft de natuur een vagina in de bast gekerfd, een dendrologische Courbet, een Origine du Monde in hardhout. Het klopt allemaal: de ellipsvorm, de rimpelingen, in het midden een kleine verdieping als de ingang van een donkere minigrot. Zomaar midden in een stadspark.
 
Er komen een paar wandelaars aan. Ik acteer dat ik iets intik op de smartphone. Ze passeren zonder blikken of blozen, alsof hier niet een acacia haar rokken optilt om de Oorsprong van de Wereld te tonen. Misschien zie alleen ik het maar, ligt het aan mijn smoezelige geest dat ik een groef in een boombast al erotisch duid, spelen de hormonen diep in me op.

Dat is het, natuurlijk. Drie jaar lang kreeg ik hormonen toegediend om een sluimerende prostaatkanker in toom te houden. Die hielden helaas ook het libido in toom. Maar er is een pauze in de behandeling ingelast en nu melden de zinnen zich weer. Sorry, acacia. Pardon, Gustave Courbet. Maar bijzonder vind ik het wél.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen