maandag 10 maart 2014

Snel leven kost heel wat tijd


Bij de nieuwe e-mails zit een foto die de afzender net heeft gemaakt. Een speciaal moment vastgelegd en spontaan gedeeld. Bliksemcommunicatie met dank aan de steeds snellere chips van het duivelskunstenaartje dat smartphone heet.

Betrekkelijk kort geleden was zo’n actie nog een hele onderneming. Je kocht een rolletje, schoot een snapshot, legde de camera opzij tot een volgend fotomoment, deed dat nog een paar keer, bracht na een poos het volle filmpje naar de fotozaak, wachtte drie tot vijf dagen en haalde dan twee dozijn prints op, die je als het zo uitkwam aan de visite liet zien: “Kijk, dit is van een maand geleden.”

Zoals de (tele)communicatie de laatste decennia een duizelingwekkende versnelling heeft ondergaan, zo zijn allerlei maatschappelijke terreinen in de ban van de snelheid geraakt. Op televisie is het lange interview goeddeels verdwenen en krijgt een ondervraagde hooguit nog een paar minuten in een talkshow als DWDD (geleid door de snelst pratende presentator uit de tv-geschiedenis); voor muzikanten is in diezelfde show zelfs maar één minuut uitgeruimd. Treinen denderen met Grande Vitesse over het spoor, fietsen rijden elektrisch en daardoor harder, het vliegverkeer groeit nog steeds en het natuurgebied Bokt bij Eindhoven dreigt te worden geasfalteerd omdat omrijden in de ogen van de betrokken VVD-minister te veel tijd kost.

Naarmate het leven meer in uptempo gaat, houden we ook meer tijd over, zou je zeggen. Dat is ook zo, maar de gewonnen tijd wordt meteen gevuld met nieuwe activiteiten. De slimme telefoon en de tablet mogen binnen een oogwenk data leveren, de apparaten slokken steeds meer aandacht en tijd van de gebruikers op. Ook de aan tv bestede tijd blijft toenemen. En snelverkeer krijgt eerder méér dan minder last van files en vertragingen. In ons streven naar versnelling zijn we kennelijk niet zo efficiënt.

De haast van de samenleving wordt ingegeven door een toenemende behoefte aan kicks en parallel daaraan een groeiende angst voor verveling. Maar maak je werkelijk meer mee als je sneller leeft? Dat is maar de vraag, want naarmate de belevenissen talrijker worden, wordt de beleving oppervlakkiger. Concentratie op wat je meemaakt kost namelijk tijd en is dus strijdig met spoed.

Het zou best kunnen dat uit de fascinatie voor tempo vanzelf een tegenreactie opbloeit, die de lof van de traagheid gaat zingen. Ga ik zo dadelijk even op googelen, daar moet toch in no time iets over te vinden zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen