donderdag 20 maart 2014

Niet langer een stiekeme gehandicapte


Officieus ben ik het al lang. Sinds ik met lastige longen kamp, al jaren dus, ben ik iemand met beperkingen. Een gehandicapte, zogezegd. Maar ik zie er niet uit als een gehandicapte. Mijn ledematen en zintuigen doen het allemaal en ik kan het nog zonder prothese of hulphond stellen.

“Je ziet er goed uit,” zegt menigeen die naar mijn welzijn informeert. Beetje raar: alsof een kwaal niet echt serieus kan zijn als die niet goed zichtbaar is. Maar eerlijk gezegd vind ik het zelf ook wel prettig, dat mijn longfalen me niet meteen is aan te zien. Reden waarom ik bijvoorbeeld hoop, dat een neusbril met zuurstofslang me nog lang bespaard zal blijven. Blijf ik een stiekeme gehandicapte.

Maar die status ga ik nu toch opgeven. Ik heb namelijk een gehandicaptenparkeerkaart aangevraagd. Dat lijkt me een zinnige vorm van energiebesparing. Wie niet goed ter been is, moet bijdehand zijn. Gisteren is de aanvraag na een streng verhoor door een dienstdoend arts goedgekeurd. Nog even en ik kan de kaart achter mijn voorruit steken en voortaan door het leven gaan als officieel erkend invalide.

Wel een moment. Zo’n paaltje langs je levensweg met een rode reflector erop. Toch beroert het me niet erg. Die afnemende energie van me is een proces, het went in zekere mate, inclusief een bijbehorend ordeteken als de gehandicaptenparkeerkaart.

De eerste plek waar ik als heuse invalide ga parkeren, heb ik al uitgezocht: het wordt de Holterberg in Overijssel. Daar ligt een parkeerplaats met veertien vakken, uitsluitend bestemd voor gehandicapten. Op een regenachtige zondagochtend stopte ik daar ooit om even naar een panorama te kijken dat zich even verderop uitstrekte. Toen ik zeven minuten later weer instapte, stak er een bekeuring achter mijn ruitenwisser. Zondagochtend. Regen. Veertien lege parkeerplaatsen. Geen mens te zien, laat staan een invalide. Maar verscholen achter een struik een bonnenschrijvende dienstklopper.


De Holterberg, daar rijd ik op een zondagochtend naar toe en dan ga ik veertien keer achter elkaar parkeren. 

Foto: leo.roos flickr

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen