woensdag 5 februari 2014

De sensatie van postoperatieve vermoeidheid


Keer terug van een verblijf in een ziekenhuis en er blijkt van alles vernieuwd. De favoriete rode wijn smaakt na vier avonden onthouding als bocht geperst uit een heel dubieus druivenras. De marmelade daarentegen lijkt ineens wel afkomstig van Elysische citrusvruchten; ook de oude kaas verrukt als nooit eerder. De koffie is te pittig. Het bed geweldig. Chocola op het rare af. En wat echt nieuw is: de tomeloze, postoperatieve vermoeidheid.

Bij een vorige operatie viel het me minder op, maar destijds had ik zóveel aan mijn hoofd dat vermoeidheid nog wel het minste probleem was. De jongste ingreep leverde geen hoofdbrekens op, zodat dat zware gevoel in heel het lichaam zich nu sterker manifesteert. Er zit lood in mijn benen en zand in mijn armen. Ik loop nog niet of ik wil weer stoppen, ik sta tien minuten en zie om naar een stoel, ik ben even doende en taal meteen naar rust.

Het heeft iets van een vreemde sensatie, dit onbekende gevoel van uitputting om niks. Ik herinner me twee vergelijkbare gevallen. De eerste keer was rond de geboorte van mijn dochter, toen ik me na een paar slapeloze nachten voelde veranderen in een zombie. De tweede keer was een optelsom van een rusteloze reis, een lange vlucht, een flinke jetlag en een nacht doortikken; ik weet nog hoe zelfs een koud bad midden in de nacht geen soelaas bood.

Nu is het er opnieuw. Het denken lukt nog, zij het niet al te flitsend, maar op elke fysieke beweging wordt zware tol geheven. Het eerste ritueel van de dag – van bed naar badkamer, dan naar beneden, gordijnen openen, ontbijt klaarmaken – vergt een Olympische krachtsinspanning waar ze straks in Sotsji een puntje aan kunnen zuigen. En zo vult de dag zich met allerlei Olympische nummers.


Ach, het trekt wel weer bij, laat ik het maar interessant vinden. Nu kan ik me tenminste voorstellen hoe het is om autopech te krijgen in de Sahara, driekwart dag door mul zand te sjouwen en meer dood dan levend te arriveren bij een oase, waar een Arabische prinses met een gevaarlijke oogopslag en druppels ambrozijn op mijn verdroogde tong sprenkelt en me met ruisende palmtakken koelte toewuift en me dan tijdens een trage buikdans weer tot het rijk van de levenden tovert: wel oké, zeg maar.

Foto: Flickr (Eejit)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen