donderdag 11 februari 2016

Geen 'sad news'

Normaal gesproken klaag ik niet gauw over aandacht. Maar vandaag sta ik echt te veel in de belangstelling. Een van mijn mailadressen is gekaapt en nu worden mijn relaties opgeschrikt met ‘sad news’: ik zou gestrand zijn in Manilla en dringend om geld verlegen zitten.

Nu zit ik altijd wel om geld verlegen, maar daar stuur ik zelden mailtjes voor rond. En ik zou best op een strand in Manilla willen zitten, als ze dat daar al hebben, maar ik zit gewoon aan de oever van de Dommel. Dat mailtje met ‘sad news’ is ergerlijke nep. Dat zullen alle aangeschrevenen wel door hebben, maar deze of gene zal toch ook wel geschrokken zijn door de alarmerende aanhef. Dus nog eens: nee, niks bijzonders, het gaat als gewoonlijk comme ci comme ça.


Waarschijnlijk komt de nepmail van een computer die dag in dag uit op het hele internet met hagel in het rond schiet. Ik kwam al internationale meldingen over varianten op mijn 'sad news’ uit 2011 tegen. Dat maakt de mailtjes niet minder irritant. Ik moet oppassen dat mijn humeur er niet onder lijdt, want zoals u onlangs nog heeft kunnen lezen, kan ik zomaar in een k*tstemming raken, en daar zijn u en ik mooi klaar mee. Eerst maar eens contact opnemen met mijn provider. En dan goed opletten waar het goede nieuws zich vandaag ophoudt. De krokussen zingen bijvoorbeeld al luidkeels van het naderende voorjaar! 

vrijdag 5 februari 2016

In een k*tstemming

Dat wordt niks met vandaag. Zo grijs als het buiten is, is het ook in mijn gemoed, kleurloos, futloos, mies en mistig.

Hier moet ik eens over schrijven. Meestal ben ik redelijk monter, maar er zijn van die dagen – of dagdelen, want hele dagen duurt het niet – dat ik er geen ene f*ck aan vind, dat het me allemaal gestolen kan worden, heel die medische mikmak van me, dat eeuwige gedoe van geen lucht en geen kracht, al die beperkingen, al dat verlies.

Als ik in zo’n stemming achter de PC ga zitten, wil dat nogal eens heilzaam uitpakken. Ik hoef maar een paar zwaarmoedige zinnen op te schrijven of in een hoek van het beeldscherm licht een zonnestraal op. Kennelijk schuilt diep in mijn software een versluierd troostprogramma dat automatisch in werking treedt zodra het schwere Wörter herkent. Schrijf ik over ziekte, dan gaat het al gauw over beterschap; valt het woord kanker, volgt steevast hoop; moeilijk transformeert in mogelijk, risico in kans.

Maar niet vandaag. Ik ben in een ongelooflijke k*tstemming, en dat zult u g*dverd*mme weten. Het is knap waardeloos als je van de minste inspanning al buiten adem raakt, als reiken moeilijk wordt en bukken evenzeer, als 25 meter te ver is en vijf kilo al zwaar. Als je niet alleen dít mankeert, maar ook nog eens dát, en daarnaast zús en bovendien zó, om over X en Y maar te zwijgen: kwalen, mankementen, ongemakken, kopzorgen, heel die g*dvergeten kl*tezooi, f*ck, f*ck, f*ck.

En luchtte het nou maar op zoals ik hier zit te tieren en te vloeken. Welnee, het is en blijft zwaar bewolkt. Niks aan te doen. Hooguit één troost: de avond valt al, dadelijk sluit het donker de grauwheid buiten. Morgen weer een dag.

Nou doe ik het wéér, die troostreflex. Nu ja, beter van mineur naar majeur dan andersom.


dinsdag 2 februari 2016

Wereldkankerdag!?


Beetje ongemakkelijke dag, 4 februari, namelijk Wereldkankerdag, een dag ‘waarop mensen uit de hele wereld stilstaan bij kanker’.

Ik zou wel eens een dag niét willen stilstaan bij mijn (prostaat)kanker. Mijn sluimerende kanker, zeg ik meestal, want dat klinkt minder eng, al weet ik wel beter: de sluimeraar kan morgen weer ontwaken. Maar goed, een dagje zonder, kan dat ook? Dan ga ik me wel concentreren op iets fijners. Ik vier in mijn eentje een dag van de schoonheid, of de liefde, of de troost, of alle drie in enen, want ze hebben veel met elkaar te maken: in schoonheid en liefde schuilt troost, zoals troosten een mooie daad van liefde is.

Eens nadenken wat ik ga doen op mijn Lieve, Troostrijke Dag van de Schoonheid. Ik huur een filmklassieker met Sophia Loren en laaf me aan die ogen als ravijnen en die mond vol beloftes en dans in gedachten met al die curven in mijn armen door de Romeinse nacht. En als ik dan toch in Italië ben, dan blader ik door mijn reisherinneringen en dool nog even over piazza’s  en promenades en door de Uffizi en de villa’s van Palladio.

Of ik maak een kleine reis door mijn eigen huis, langs de kunstobjecten die hier in de loop van mijn jaren zijn aangespoeld: foto’s van fotografen met wie ik gedurig optrok, sculpturen, schilderijen, keramiek, etnische kunst. En ik luister naar de klassieke en eigentijdse maestro’s op cd en laat me meevoeren op de tonen van jazz, barok, tango of wereldmuziek, van weemoedig tot gepassioneerd en van aards tot hemels. En ik sla een boek op, en nóg een, en nóg een, en proef woorden, zinnen, verhalen, levens.


Terwijl ik mijn Dag van de Schoonheid vier, houdt de wereld dus Wereldkankerdag. De organisaties daarachter, zo lees ik, willen onderzoek, behandeling en preventie stimuleren én het belang van een goede kwaliteit van leven voor de betrokken patiënten onderstrepen. Natuurlijk. Tegelijkertijd heeft het iets geks dat het begrip ‘kwaliteit van leven’ zo aan kanker zit vastgeklonken en pas op de valreep wordt gebruikt, als mensen in gevaar zijn en/of de levensverwachting beperkt is. Rijkelijk laat eigenlijk, want met een beetje pech profiteert de kankerpatiënt dan nog maar kort van eventueel verworven nieuwe inzichten. Idealiter zou je je al op de kwaliteit van je leven moeten concentreren op pakweg je eenentwintigste, als de vormende jaren zijn uitgeraasd en er nog lang van die kwaliteit te genieten valt. Dáár moesten ze nou eens een Dag voor proclameren. De Fijnste Dag van het Jaar. Ik stel 21 maart voor.