maandag 19 juni 2017

Waar we het eigenlijk ook eens over moeten hebben

Waar we het eigenlijk ook eens over moeten hebben, is het woord ‘eigenlijk’. We gebruiken het om de haverklap, maar staan er nooit zo bij stil. Behalve nu dan even.
‘Eigenlijk’ klinkt als een stoplap, een hol woord dat zelf niet veel betekent en vooral dient om een adempauze te verschaffen als we niet gauw genoeg een antwoord weten of op de juiste woorden komen. “Nog een wijntje?” “Eh, eigenlijk wou ik naar huis.” Hoe vond je de voorstelling?” ”Best interessant, eigenlijk.”
Zo zien we al meteen dat een holle term toch vol betekenis kan zijn. Het woord ‘eigenlijk’ schminkt onze onzekerheid voor een moment weg. Dat laatste wijntje lusten we wát graag, maar ja, morgenochtend roept het werk weer, dus we aarzelen tussen twee belangen, plicht en plezier, en geven onszelf nog een paar tellen bedenktijd. Of het theater had ons een moeilijk stuk voorgeschoteld, waar we niet eentweedrie raad mee weten, maar dat wel voor belangrijk doorgaat, zodat we – om niet voor culturele lichtgewicht door te gaan – naar een ontwijkend antwoord zoeken.
Op die manier gebruikt, kan ‘eigenlijk’ ook suggereren dat we iets doen of laten in het besef dat we het beter kunnen laten c.q. doen. “Eigenlijk moet ik meer sporten.” “Eigenlijk ben ik te veel met mijn werk bezig.” Of de onthulling: “Eigenlijk ben ik monogaam.” Het zijn zinnetjes waarvan de tweede helft ontbreekt. Ik moet meer sporten, maar ben daar te lui voor. Ik ben een workaholic, want het werk geeft me veel voldoening. En ik mag dan wel monogaam zijn, voor jou dreig ik een uitzondering te maken.
Behalve onzekerheid licht er ook wel een bepaalde diepte achter het woord ‘eigenlijk’ op. Een vraag naar achtergronden, verscholen bedoelingen en onuitgesproken intenties. “Wat bedoel je eigenlijk?” “Hou je eigenlijk nog wel van mij?” ”Eigenlijk heeft de regering de kluit belazerd.” Hier heeft ‘eigenlijk’ de betekenis van ‘in werkelijkheid’, ‘welbeschouwd’ ‘au fond’ of ‘in essentie’. Met een beetje bravoure zou je kunnen stellen dat achter ons eenvoudige woordje de grootste vragen van de existentie opduiken. Uiteindelijk zouden we allemaal wel willen weten wat schijn is en wat wezen, hoe de werkelijkheid nu echt in elkaar steekt, wat toch de kern is van ons raadselachtige bestaan.

Ik sla op hol, merk ik. Tropenkolder waarschijnlijk. Het is 31 graden. Geen weer voor moeilijke stukjes, eigenlijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen