dinsdag 4 juli 2017

Hoe lullig is de scootmobiel?

Hoe lullig is de scootmobiel? Zelf zou ik die vraag niet gauw bedacht hebben, maar hij werd me aangereikt door de Volkskrant. In de rubriek Gadgetdesk bespreekt Bard van de Weijer een nieuw type scoot, dat drastisch afwijkt van de gangbare ‘lullige karretjes’.
Die meewarige kwalificatie trof me vol in het gemoed. Dus zó worden scootmobilisten bezien: als berijders van voertuigen die zo onnozel ogen dat ze de berijders zelf ook tot sukkels maken. In het AD heette het eerder ook al dat de gewone scootmobiel de boodschap ‘invalide en hulpeloos’ uitzendt en mensen stigmatiseert.
Het is een soort berichten dat me irriteert. Ja, het nogal wiedes dat mensen een scootmobiel berijden omdat ze niet goed ter been zijn. En ja, de vormgeving van de gangbare scoot kan praktischer en vlotter. Maar is het daarom een lullig karretje dat zijn gebruikers als meelijwekkend bestempelt? De termen zeggen eerder iets over degenen die ze bezigen dan over wie het betreft.

De gesignaleerde nieuwe scoot betreft de zogeheten Scoozy, die nog op de markt moet komen. Het moet gezegd, die Scoozy is een lekker ding. En hij lijkt ook nog eens doordachter, veiliger en comfortabeler dan de conventionele scootmobiel. Maar de aangekondigde verkoopprijs is een regelrechte afknapper: ruim 8500 euro, twee tot drie keer zo duur als goede gangbare exemplaren en daarmee onbetaalbaar voor de doorsnee gebruiker. Komt er eens een fijne scoot, is-ie alleen voor de happy few. Dat is nou écht lullig.

woensdag 28 juni 2017

Niets te verliezen

Nou ben ik het zat. Ik zit al uren zomaar wat voor me uit te chagrijnen, dat moet nu maar eens afgelopen zijn. Of... chagrijnen is het niet precies, het is eerder een vaag soort somberen, tobben zonder onderwerp, droogmiezeren, sikkeneuren, korzelen, binnensmonds mopperen op niets in het bijzonder, een wrevelloze wreveligheid die zich niet laat duiden.
Van tijd tot tijd is het hierbinnen zoals het momenteel hierbuiten oogt: bewolkt zonder dat ook maar één wolk valt te herkennen. Ik schat dat het de rekening is die ik gaandeweg de rit betaal voor de hordes die ik al passeerde, voor al die momenten van te weinig lucht en te veel kruim, al die momenten van mis en moeilijk waar ik niet bij wou stilstaan maar die toch hun prijs hebben. Dan komt er een dag dat de kassa ineens blijft rinkelen voor de nog niet voldane rekeningetjes.
Mensen winnen zó graag, dat ze niet goed leren hoe te verliezen. En dat terwijl verliezen veel gebruikelijker is dan winnen. Niet alleen kent (behalve bij remises) elke wedstrijd noodzakelijkerwijs maar één winnaar, ook verliest iedereen maar dan ook ie-der-een zijn belangrijkste ronde, namelijk de laatste. Wie weet, valt de spreekwoordelijke berusting van oudere mensen wel te verklaren uit het troostende inzicht, dat er naarmate de levensavond vordert steeds minder te verliezen valt. Kracht, vitaliteit, energie, tempo, ambitie: stuk voor stuk klinken ze gaandeweg in om – als het een beetje meezit – plaats te maken voor bezonkenheid en rust. Een houding die boeddhisten op hun manier ook nastreven.
Het is misschien wel zoals Janis Joplin het zo meeslepend zong: ‘Freedom’s just another word for nothin’ left to lose.’ Als je niets meer te verliezen hebt, dan ben je pas echt vrij. Het blijft doodzonde dat zij dat stadium al op haar 27ste bereikte, maar er spreekt een onthechtheid uit, die me elke keer treft als ik zinnetje ergens tegenkom. Wat verliezen we precies met het vorderen van de jaren? Ongekende mogelijkheden, natuurlijk. Maar ook aanstaande teleurstellingen. Verrassende verrukkingen. Maar ook onbekend verdriet. We verliezen in elk geval verwachtingen. Maar dat verlies kun je ook zien als winst, of zoals Joplin zei, als vrijheid.

Buien is het nog steeds wolkeloos bewolkt, zie ik. Maar ik geloof dat het binnen nu toch ietsje lichter wordt. 

donderdag 22 juni 2017

De kracht van de verbazing

Er zijn van die dagen dat ik me voortdurend verbaas. Niet omdat er overal duveltjes uit doosjes springen, de koning aftreedt, de formatie rond is of Donald Trump een nieuw kapsel heeft, nee, omdat het leven van alledag ineens ongewoner lijkt dan gewoonlijk.
Gisteren zit ik in de wachtkamer van een centrum voor diagnostiek om een prik te halen. Ik kan die ruimte dromen, zo vaak kom ik er, en toch kijk ik weer aandachtig rond. Ik zie niets nieuws, maar ik voel iets ouds: het natrillen van geschiedenissen die hier begonnen met grafiekjes en cijfers die me weer naar andere wachtkamers brachten, operatiekamers, intensive cares – een lange reis vol spookverhalen die nooit wennen.
Ik scoot daar weg, de zomerwarmte in, die getemperd wordt door een zoele wind. Het weer went ook nooit, we hebben het er elke dag onnieuw over. Aan de overkant van een doorgaande weg wenkt een lommerrijk park. In de verte zie ik een auto, maar die is nog op veilige afstand, ik kan gerust de zebra over. Ik ben amper aan gene zijde, of de wagen scheurt achter me langs, hij rijdt veel te hard. Een nijdige claxon snerpt me om de oren. Een foetertoeter.
Ook verbazend. Wat bezielt zo’n bestuurder? Hij is een jaar of vijfentwintig, zie ik nog net, en hij heet Wesley, of Kevin, denk ik. Voor 700 euro heeft Wesley/Kevin de metallic-grijze middenklasser gekocht, en daar is hij nu mee aan het gassen, yes, met 70 door de bocht, lekker man. Shit, krijg nou wat, een bejaarde op een scootmobiel, steekt nog over óók, denkt zeker dat ik afrem, nou mooi niet, ouwe gek, ttúúúúúúhhhh, dat zal ‘m leren, die halve zool met z’n sloommobiel – de straat is van mensen die van tempo maken houden.
In het park nemen de vogels het over van de woedende claxons. De vogels, plus de bomen-van-de-vele-blaadjes, die kunnen ruisen als een beste zee. Een meisje loopt op blote voeten over het plantsoen, haar schoenen houdt ze in een hand, de andere veegt de lange haren weg die voor haar ogen dansen. Het is het oerbeeld van de sixties, langharig meisje op blote voeten in het gras, ik ken het al zo lang en toch frappeert het me. “Lekker?” wil ik vragen, maar dat doe ik niet, het antwoord ligt voor de hand.

Verbazing is een mooie kracht. Ze blaast het stof weg van de geschiedenis, die daar die weer glans van krijgt, toont die ene nog niet geziene kant, de andere dimensie, een nieuw perspectief. Goed blijven oefenen, Matt.