Posts tonen met het label design. Alle posts tonen
Posts tonen met het label design. Alle posts tonen

dinsdag 21 oktober 2014

DDW: antidesign is ook design


Elk jaar rond deze tijd woedt in Eindhoven de Dutch Design Week en elk jaar is het prijs. Op tientallen plekken verzamelen zich mensen met nèt iets kekkere kapsels, brillen, tassen en jassen dan gemiddeld. Tussen de binnenstad en de meer perifere designlocaties sjezen gesponsorde designtaxi’s met kunstzinnige dakopbouw heen en weer. Vooral place to be Strijp S met zijn stoere, industriële looks trekt drommen publiek.

De voordeurbel rinkelt. De post brengt me een grote enveloppe van een speciaalzaak in medische hulpmiddelen. Ik had er een artikel besteld, dat ongeveer haaks staat op de glamoureuze sfeer die rond design hangt: een wegwerp incontinentieonderbroek. Ik had zo’n onding ooit nodig gehad na een zware operatie en me er zeldzaam ongelukkig in gevoeld. Nu kwam het van pas als rekwisiet voor een theatervoorstelling waarbij ik betrokken ben.

Als ik het attribuut inspecteer, is het net alsof ik het weer voor het eerst in handen heb. De watachtige absorberende vulling. De elastieken roesjes die blijkens een uitleg voor een goede pasvorm en een hoog comfort zorgen. De anti-lekrandjes die behalve bescherming ook alweer comfort bieden.
De ingebouwde remedie  (Odour System) tegen luchtjes. De vochtindicator die blauw kleurt bij verzadiging, volgens ISO 11948-1 een feit bij 2200 ml.

Wie geen last heeft van blaas of bekkenbodem, kijkt vreemd op van zulke kwalificaties, maar heel wat mensen zijn er vertrouwd mee en bij gebaat. In feite is zo’n barokke wegwerponderbroek natuurlijk óók design, zij het in al zijn lelijkheid eerder antidesign. Niet alleen oogstrelende, hippe spullen worden ontworpen: elk nieuw product heeft een vorm nodig. En dus hebben vormgevers zich ook gebogen over probate hulpmiddelen bij incontinentie, waaruit specifieke knowhow is ontstaan, met alle gootjes en watten en elastiekjes vandien. Waarschijnlijk is er op een of andere ontwerpafdeling nog eens een fles bubbels ontkurkt omdat een senior designer het gepatenteerde Odour System had bedacht. Iedereen beleeft wel eens zijn finest moment.


Eigenlijk is de anonieme bedenker van de drooghoudslip me liever dan de topdesigner die in alle bladen figureert en vooral goed is in het vormgeven van zijn eigen carrière. Maar als ik later nog wat rondhang op een van de Eindhovense hotspots en waarderend rondkijk door de rauwe, weidse ruimte en allerlei moois en spannends in me opneem, dan vertrouw ik dat ‘eigenlijk’ van me toch niet helemaal.

Foto: Trendbeheer.com

dinsdag 7 januari 2014

Bořek Šípek: waarheid en illusie in glas


Het is verstandig, van tijd tot tijd aardig te zijn voor jezelf. Al dat geploeter, dag in, dag uit, het gedoe, het gehannes, de muizenissen, de ditjes en datjes – daar mag wel eens wat tegenover staan.

Geen idee hoe ik erop kwam, maar ineens had ik zin in een nieuwe Sípek. Bořek Šípek, moet u weten, is een Tsjechische architect en ontwerper van wie ik al heel lang fan ben. Het begon met een interview voor weekblad De Tijd, achter in de jaren tachtig. Hij was toen nog niet erg bekend, maar had al een wondermooi stoeltje op zijn naam gebracht, Bambi, dat ik al eerder op deze plek heb bezongen. Ook had hij al het nodige glaswerk ontworpen. Het sprak me zo aan, dat ik in de loop der jaren een kleine reeks glazen voorwerpen van zijn hand aanschafte.

Het werd tijd voor een nieuwe toevoeging en dus togen we naar galerie Alterego in Amsterdam, om terug te keren met vier glazen, ambachtelijk vervaardigd in zijn Tsjechische glasblazerij, elegant, vrolijk, geraffineerd van kleur en buitenissig van vorm. We zetten ze bij de andere Sípeks en kregen er prompt een prachthumeur van, dat die hele avond aanhield en de volgende ochtend terugkwam.

Sípek ziet zijn designproducten niet als dode dingen, maar als levende onderdelen van de menselijke omgeving, voorwerpen met rituele waarden, mythische waarden, geladen met herinneringen en betekenissen. Hij ziet zijn design als ganzheitlich, schreef ik ooit. ´Hij wil samenvoegen wat in zijn opinie niet zonder elkaar kan: nut en waarde, toen en nu, doel en gevoel, functie en gebruik, vorm en inhoud, waarheid en illusie. De vraag of een voorwerp handig is en aardig oogt, is hem te beperkt. Het kan zoveel méér, het kan sprookjes vertellen en harten beroeren en het verleden aan het heden knopen. De kracht van een object, aldus Sípek, schuilt minder in wat je ziet dan in wat je voelt.´


Ik lees die woorden terug, denk aan de diverse ontmoetingen met de maestro in Amsterdam en Praag, kijk naar zijn glaswerk in ons huis en voel me, zoals ze in Brabant zeggen, ´ne contente mens.

donderdag 24 oktober 2013

Pieke Bergmans en de Dutch Design Week

Eindhoven beleeft eens per jaar een week die negen dagen duurt en die de hele stad laat wervelen: de Dutch Design Week, dit jaar van 19 tot en met 27 oktober.

Alleen al de speciale, gratis taxi’s die tussen de vele hotspots heen en weer crossen, Mini’s met allemaal een andere kunststellage op het dak, vullen de straten met feestelijke beelden. De drukte op Strijp S, het centrum van het evenement, doet dat gebied met zijn vele nog lege plekken ook goed en laat het dynamische potentieel ervan zien. Het designpubliek levert een eigen bijdrage aan de feestvreugde door zich net wat kleurrijker, modieuzer of maffer dan de familie Doorsnee te kleden. En dan natuurlijk de tomeloos vele vondsten, vernieuwingen en vernuftigheden die op duizend-en-een locaties in de stad worden gepresenteerd.

Ik licht er één naam uit: Pieke Bergmans. In een verre uithoek van industrieterrein Strijp T, voor de argeloze voetganger een lange tippel, is zij met een trits objecten neergestreken in het Pompgebouw. De industriële setting levert een fraai decor voor haar nieuwe project Vapor, zes meter hoge, witte lichtobjecten die ijl en geheimzinnig boven de blauwe pompen zweven. Ze zijn gemaakt van plastic, dat onder hoge temperaturen als het ware is geëxplodeerd tot een groot volume dat massief begint, steeds zachter en fijner wordt en uiteindelijk vervaagt tot een ragdun vlies. Fascinerend en nog nooit gezien: twee belangrijke kenmerken van sterke vormgeving.

Die kenmerken gaan ook op voor een andere verse vondst van Pieke Bergmans. Eenvoudig ogende, maar met groot vakmanschap gemaakte houten tafels heeft ze bewerkt met complexe, geprinte patronen, die de rechte vlakken beweging en diepte geven. Het zijn kijktafels geworden, al zouden al die golvende, kringelende lijnen bij het diner wel eens voor moeilijkheden kunnen zorgen. Een idee van al wat oudere datum is haar ‘virus’, mondgeblazen luchtbellen van kristal die zich om meubelstukken lijken te draperen, een verrukkelijk idee waarmee zij letterlijk van hier tot Tokio bekendheid verwierf.

Er is iets magnetisch met de naam ‘Bergmans’. Heel wat jaren geleden leerde ik Piekes vader Charles Bergmans kennen, succesvol schoenontwerper en zoon van een andere succesvolle schoenontwerper, Koos Bergmans. Eerst vroeg Charles me om een tekst over zijn vak. Toen schreef ik een tekst over de schilderliefde van vader Koos. Vervolgens kwam ik in contact met broer Joep, een ook al succesvol grafisch ontwerper die voor zijn tweede loopbaan in de schilderkunst eveneens een tekst nodig had. En nu sta ik te kijken naar Piekes werk en denk: stukje.





zondag 10 maart 2013

Afscheid van Bambi




Op zoek naar iets heel anders stuit ik ineens op een foto, verdwaald tussen vergeelde knipsels en rekeningen van hotels waar ik ooit een mooie avond beleefde.

Het is een foto van Bambi, het topstoeltje van ontwerper Borek Sipek. Ach, Bambi... Toen ik haar voor het eerst zag in het atelier van Sipek was het meteen raak. Een vertederend schepsel van esdoorhout, staal, messing en blauwe zijde, met gekromde pootjes en een leuning die de gebruiker leek te willen omarmen. Sipek vertelde dat hij het stoeltje had bedacht op een verliefd en dronken moment, en dat het een hommage was aan een danseres.

Ze stak haar armen naar me uit, deze frèle schoonheid, en ik huiverde en op dat moment besliste ik dat ze ooit de mijne zou zijn. Maar daar kwam 3500 gulden aan te pas en die had ik niet. Ik besloot te sparen. Na jaren, het spaarpotje raakte al aardig gevuld, hoorde ik dat het stoeltje – uitgebracht in een gelimiteerde oplage – een collector’s item was geworden en inmiddels 45000 gulden moest kosten. De hemel verduisterde.  

Weer jaren later stond ik ineens oog in oog met Bambi, in een Amsterdamse galerie. Toen even niemand oplette, heb ik haar zijden rug met één vinger gestreeld, een laatste keer. En nu stuit ik ineens op die foto en trilt de hele kleine liefdesgeschiedenis tussen een man en een stoeltje nog even na.