donderdag 9 februari 2017

Een raadsel, die dood

Mijn schoonmoeder gaat vandaag of morgen dood. Dat geldt wel voor meer mensen van 88, maar in haar geval gaat het letterlijk op: de kans is groot dat ze vandaag komt te overlijden, en anders gebeurt het morgen wel.
Bij palliatieve sedatie laat het einde niet lang op zich wachten, en dat is ook precies de intentie. Als het leven alle glans verloren heeft en zich dof voortsleept naar de uitgang, is het goed als dat lijden verzacht kan worden, en bekort. In het geval van mijn schoonmoeder gaat het om Alzheimer, een akelige aandoening die het geheugen en het begrip ondermijnt, tot steeds meer verwardheid en onrust leidt en de kwaliteit van het leven uitholt tot er weinig meer dan leegte overblijft. Een cocktail van verdovende medicijnen helpt dan de zware laatste etappe te verlichten.
Gisteren nam ik afscheid van haar in het verpleeghuis waar ze sinds twee jaar woont. Even na ons kwam een pastor aan om haar te bedienen – een katholiek levenseinderitueel. Het was mooi en intiem, met drie dochters en een schoonzoon om haar heen, zodat ze veilig en vertrouwd aan de overtocht kon beginnen. Toen we nog wat napraatten, ontpopte de pastor zich tot een vaardig causeur, die de ene smakelijke anekdote aan de andere grap reeg, zodat we daar met de wenkende dood in ons midden af en toe besmuikt zaten te lachen, wat ook wel iets palliatiefs had. Maar vervolgens was er toch weer de volle ernst van een naaste die voorgoed vertrekt.
Terwijl ik deze regels tik, zingt de telefoon zijn wijsje. Zou ze...? Nee, een ambtenaar van de gemeente die het verkeerde nummer had gebeld. Ik probeer aan de dood te denken, óver de dood te denken, maar dat lukt niet goed. Voor wie niet op een hiernamaals rekent, resteert er na het sterven hooguit Iets, bekend van het populaire idee ‘er moet toch iets zijn’, maar toch te vaag om ‘s een fijn eindje over weg te filosoferen. Of je moet geloven in het Niets, maar dat is ook alweer zowat, want het enige dat ik me bij het Niets kan voorstellen is, nou ja, niets. Het Duister, de Oneindigheid, de Eeuwen der Eeuwen: het galmt mooi, maar dat was het dan ook. Een raadsel, die dood. Ver weg, voorbij de horizon, en toch zo dichtbij vandaag. Of morgen.


zaterdag 4 februari 2017

Doei, Wereldkankerdag

Voordat u het vergeet: vandaag is het Wereldkankerdag. Morgen viert de wereld Nutelladag. Op 10 februari is het Warmetruiendag. En de 17de is uitgeroepen tot Doe Vriendelijk Dag.
Het is een beetje raar rijtje, maar dat krijg je van zo’n onderwerp als ‘De dag van’. Ik word er altijd een beetje lacherig van. Molendag, Kokosnootdag, Naakttuinierendag, Linkshandigendag , de Dag van de Garnaal: ze zijn allemaal niet aan mij besteed. Maar ja, Wereldkankerdag ligt anders. Want ik mag dan molenloos, rechtshandig en geen garnaal zijn, kanker heb ik wel. Prostaatkanker. Sluimerend weliswaar, maar toch.
Van de week trof ik mezelf nog aan tussen een dozijn lotgenoten die maandelijks in een Eindhovens Inloophuis samenkomen om naar elkaars ervaringen te luisteren. Je zou denken dat dit deprimerende sessies zijn, maar het tegendeel is het geval: ze leren dat kanker niet per se kansloos maakt. Je hoort over allerlei operaties en behandelingen, over de nieuwste medicijnen en over manieren om te leven met beperkingen. Verhalen die hoop, perspectief en inspiratie bieden.
Wereldkankerdag? Voor mij is het elke dag kankerdag. Genuanceerder: van die kanker zelf merk ik weinig, maar des te meer van de manier waarop hij is afgeremd: een operatie met bijschade en medicijnen met bijwerkingen. Dat heeft het dagelijkse leven bezwaard met een boel gehannes en sores. De belangrijkste kopzorg betreft natuurlijk het risico dat de tumor zich alsnog fataal gaat roeren, maar het denken daaraan loopt in zichzelf vast. Ik bepeins liever hoe ik goede zin houd. Niet simpel, wel lonend.

Elke dag kankerdag, maar niet alleen dat. Het is ook regelmatig lanterfantdag, cryptogramdag, stukjesdag, koosdag, gebakkenaardappeltjesdag, speeldag, helleborusdag, zonneschijndag, rodewijntjesdag, mijmerdag, lachdag. Nog even en de eerste lentedag dient zich aan, en dan helemooielentedag, tevens rokjesdag. Dus doei, ik heb nog een heleboel te doen.

woensdag 1 februari 2017

De onwijsheid komt met de jaren (2)

Nou maak ik het wel érg bont. Heb ik net geblogd dat met de jaren ook de onwijsheid komt, lever ik daar prompt het gênante bewijs van.
Op 25 januari schreef ik over mijn vers verworven status als hoogbejaarde en bekende dat ik van lieverlee verstrooider en vergeetachtiger werd. Om op 29 januari opgewekt met een stukje te komen waarvan ik niet doorhad dat ik het al eens geschreven had.
Daar kom ik zojuist pas achter, nu ik mijn blog aanklik en het bedoelde stukje op mijn scherm zie staan. Het gaat over de zorgverleners die mijn pad kruisen: de ‘witjassen’. Ineens denk ik: heb ik dat koosnaampje niet al eerder gebezigd? Ik voer de zoekterm ‘witjassen’ in en heb meteen beet: 16 april 2015, een blogje met als kop ‘Word geen fulltime patiënt’. Het begint zo: Ik spaar witjassen. Dat is mijn troetelwoord voor de dames en heren van de medische stand, die zo vaak in mijn agenda opduiken dat het wel lijkt of ik er een verzameling van aanleg.’ En op 29 januari begin ik met: ‘Ik heb er maar een hobby van gemaakt: witjassen verzamelen.’
Zo zijn er nog meer pijnlijke dubbels. De opsomming van al die specialisten en therapeuten. De term fulltime patiënt. Dat een mens méér is dan zijn mankementen. Dat er ook een leven is buiten de wacht-, spreek- en behandelkamers, een leven vol ‘mooie, plezierige, warme, zinnige, zinnelijke, zintuiglijke, verrukkelijke, bedwelmende, ontspannende, ontroerende en vervoerende belevenissen, ontmoetingen en ervaringen’ (16-4-2015), een leven om ‘chansons te beluisteren, balletten te zien, naasten te koesteren, schilderijen te beleven, letteren te lezen, bomen te omhelzen, zonnestralen te vangen’ (29-1-2017).

Het is ondubbelzinnig zelfplagiaat, zij het onbewust en met de fraaiste bedoelingen, namelijk om mijn vele lezers te dienen met een verse greep uit de schatkamers van mijn geest. Die lezers hadden natuurlijk al lang door dat ze een variatie op een eerder kunstje kregen voorgeschoteld. Meewarige of verontwaardigde reacties bleven uit – waarschijnlijk uit compassie of onvoorwaardelijke trouw. Daarvoor mijn dank. Inclusief het binnenpretje dat ik vandaag toch maar mooi voor de derde keer uit hetzelfde vaatje weet te tappen. Ik  denk dat ik het de volgende keer eens over witjassen ga hebben.