Posts tonen met het label bekende Nederlander. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bekende Nederlander. Alle posts tonen

maandag 19 oktober 2015

Filemon en de Faam


Dat viel te verwachten: boze lezersbrieven over misbruik van vrouwelijk naakt in het Volkskrant Magazine van afgelopen weekeinde. 
Daar prijkte Tv-maker Filemon Wesselink in James Bond-pose tussen twee vrouwen die slechts gekleed waren in zwarte pumps. De gezichten van de dames vielen buiten de kadrering van de foto, want daar ging het niet om. Lezers toonden zich beurtelings verontwaardigd en teleurgesteld door de vrouwonvriendelijke aanpak van hun krant. 

Zo had ik de foto’s bij het interview met Wesselink nog niet bekeken. In eerste instantie had ik ze als ironie geïnterpreteerd. De man is nou niet bepaald het toonbeeld van de superieure macho waarvoor hij hier doorgaat. Ook lijkt hij geen typische vrouwenmagneet. Verder riepen de platen een lichte afgunst in me op, die me wat ongemakkelijk stemde, tot ik me voorstelde hoe het er waarschijnlijk in de praktijk aan toeging tijdens zo’n shoot en dat er tussen de poses door iemand met de thee en de biscuitjes rondging en hoe ongemakkelijk dat weer moest zijn. 

Bij nader inzien vind ik de fotografie rond het interview een misgreep. Het gesprek ging over roem, althans bekendheid. In de presentatie werd dat thema vernauwd tot succes-bij-de-andere-sekse. Maar mediaroem maakt je niet volautomatisch tot lustobject, zeker niet wanneer je bekend bent geworden doordat je altijd zo schaapachtig – ‘ontwapenend’, zegt de Volkskrant – in de camera kijkt als Filemon Wesselink.  

Bekende Nederlanders zijns bekend omdat zij bekend zijn geraakt: eerst bij het Wereldje, vervolgens bij De Bladen, en uiteindelijk bij alle media. Daar liggen doorgaans geen bijzondere prestaties of unieke talenten aan ten grondslag – dat de camera’s hen graag zien, is genoeg. De BN’er staat voortdurend in de aandacht, en aandacht is een weelde die iedereen begeert, dope en verdoving tegelijk, de motor van ons bestaan. Daarom wil iedereen of de foto met een Ster. Niet alleen daalt er met zo’n superselfie wat sterrenstof op je neer, ook wek je op die manier de suggestie dat je een bekende van een Bekende bent en er dus in commissie ongelooflijk toe doet. 

Ergo: de Volkskrant had Wesselink moeten fotograferen op een rode loper, omzoomd door duizend fans met het mobieltje in de aanslag, want dat is Faam anno nu. Maar toegegeven, Filemon tussen het bloot trekt meer de aandacht. En daar gaat het maar om.

 

woensdag 10 september 2014

Was ik maar een has-been

In de krant wordt iemand smalend een has-been genoemd. Prompt schiet ik vol sympathie voor de betrokkene. Kennelijk heeft hij ooit een zekere roem verworven, maar is de goegemeente hem alweer vergeten. Nou en? Misschien zegt dat wel meer over de oppervlakkigheid van de goegemeente dan over de vergeten prestatie van de ‘has been’.

Sinds de media hebben ontdekt dat de consument zich graag spiegelt aan bekende Nederlanders, is die laatste categorie niet meer aan te slepen. Aldoor worden er nieuwe talentenjachten bedacht om de aanvoer van aspirant-sterren te garanderen. Ook draaien steeds meer praatprogramma’s om BN ‘ers en gasten die dat hopen te worden. Het heeft een inflatie van het ‘stardom’ gebaard, waar vooral praatjesmakers en ijdeltuiten garen bij spinnen. En daar komen ze mee weg, want de kijk- en verkoopcijfers – steeds bepalender in medialand – lijden niet onder de egalisering van de roem.


Als de nieuwe sterren tegenwoordig van de lopende band komen, is het onvermijdelijk dat ze vaak van de B-klasse of minder zijn, en snel weer vergeten raken. Kwalijker is het als dat ook met grotere talenten gebeurt, en bijvoorbeeld een bekroond auteur of musicus na een paar lauwerloze jaren al bij het stofnest van de geschiedenis wordt geveegd. Succes is toch niet pas waarachtig wanneer het voortdurend wordt herhaald? Een verdienste verdampt toch niet zodra en het applaus stilvalt?

Een has-been… Ik wou dat ik er eentje was. Dat ik die ene prestigieuze prijs ooit had gewonnen en een of andere Koninklijke Hoogheid me de bijbehorende gouden ganzenveer had uitgereikt en dat de jury toen heerlijke woorden aan mijn werk had gewijd, waarna het mooiste meisje van de zaal me een nog heerlijker lachje had toegezonden. Wat zóu het, dat het 1989 of daaromtrent was, dus al een hele poos geleden? Het gros moest het met minder stellen en zou nooit een has-been worden.


Geen kwaad woord trouwens over al die zwoegers uit het peloton der naamlozen. De nummer één dankt zijn succes immers per definitie aan de achterblijvers. Maar niet te veel nuances: vandaag graag applaus voor de eenmalige kampioen, de vedette van voorgisteren: de niemand die op ‘n dag iemand is geweest.