zondag 13 juli 2014

De man voor het raam (3)


Afgelopen week heb ik de toekomst afgeschaft. Als er voor de zoveelste keer iets gebeurt dat je nooit had vermoed, moet je het idee dat je de dag van morgen kunt voorspellen maar eens laten varen.

Een familielid belde met de vraag hoe het ging met mijn gezondheid. De goede kant op, vond ik. Toen ik vervolgens een eindje ging fietsen, hielden mijn benen er na een half uur ineens mee op. Voordat ik het doorhad, lag ik op de Acute Opname Afdeling van het ziekenhuis. Zo ben je kwiek, zo ben je ziek.

Het verhaal begon eind januari, toen ik een stent kreeg in verband met een aneurysma, een uitgestulpt stukje aorta. Die prothese slibde geleidelijk aan dicht, waardoor mijn linkerbeen niet meer mee wou, zodat er een omleiding moest worden geplaatst. Na een kleine maand zat ook die omleiding dicht en blokkeerden beide benen na een meter of tien lopen. Zo verzeilde ik opnieuw in het ziekenhuis, en toevallig andermaal in een kamer met uitzicht op de entree.

Daar lag, stond of zat ik weer, man voor het raam, starend naar het va-et-vient van patiënten en bezoekers, allemaal vervuld van hoop of vrees of een melange daarvan. Die melange kende ik zelf ook. Al vaker had ik slecht nieuws ontvangen, waarna er toch een verbetering optrad, en een nieuwe terugval, en een nieuwe opleving. Ook deze opname had allerlei dalen en pieken. Wat gisteren een doodlopende weg leek, bood vandaag alsnog perspectief, en ook de pijn van de eerste dagen verzachtte en vervaagde. Een langgerekte oefening in mentale lenigheid.

Er werden tientallen naalden in me geprikt, bloed opgezogen en onder de microscoop gelegd, echo’s vertaald in vage beelden, hartslagen opgemeten, aders en spieren bevoeld, magische poeders en sappen toegediend, en alle uitslagen werden met decimalen en duistere afkortingen geboekstaafd in computerbestanden. Na een week wisten de specialisten genoeg en stuurden ze me even naar huis om op adem te komen, in afwachting van een operatie om de bloedwegen stolselvrij en de benen weer aan de praat te krijgen.


Zo ging de man voor het raam even met verlof. Hij vond zichzelf een tijdje later terug achter een glas wijn op een terras aan de zoom van een oud dorpsplein. Daar schudde hij het hoofd over de gang der dagen en toostte maar op het hier en nu, dat hem althans een zonnig moment op een mooie plek presenteerde. Wat de toekomst in petto had, wist alleen de toekomst.

zondag 29 juni 2014

Moet je een noodlot maar accepteren?


In het blad UWV Perspectief ging het weer eens over acceptatie. Een onderwerp waarover het laatste woord nog niet geschreven is en vermoedelijk wel nooit geschreven zal worden. Het blijft namelijk actueel, want elk uur van elke dag trekt er wel iemand een noodlot en staat daarmee voor de vraag of en hoe die levenspech te verhapstukken valt.

Bij het UWV klinkt doorgaans de bekende positieve mantra, dat mensen met een beperking zich moeten concentreren op wat ze nog wél kunnen, in plaats van te simmen over wat er allemaal niet meer lukt; op die manier zouden ze hun verlies toch weer kunnen ombuigen in een succes. Maar in het genoemde artikel is de toon nu eens aangenaam genuanceerd. Zo wordt aangestipt dat al die succesverhalen verwarrend en storend kunnen inwerken op mensen die moeite hebben met hun veranderde positie in het leven. En dat de samenleving ten onrechte als norm stelt dat iedereen even hard loopt, zoals psycholoog Patrick de Lusenet het omschrijft.

De Lusenet definieert acceptatie als het herkennen er erkennen van je eigen grenzen. Dat is op het eerste gezicht mooi geformuleerd. Maar is het eigenlijk wel doenlijk: erkennen dat je niet meer kunt wat je kon? Een mens heeft behalve mogelijkheden en onmogelijkheden ook herinneringen, verlangens, dromen en gevoelens. Je verstand kan nog wel concluderen dat verlies nu eenmaal bij het leven hoort, maar in je buik en je ziel woelt het protest en schrijnt de rouw. Hoe dapper je ook probeert in het hier en nu te leven, je verleden laat zich niet ontkennen, het hoort evenzeer bij je, want het heeft je gebracht tot waar je kwam. In feite is het realistischer, aandacht voor je verlies te hebben, dan het weg te redeneren alsof het verlorene ineens van weinig waarde was.


Neemt niet weg dat je wel iets moet bedenken als je panne krijgt op je weg door het leven. Wat valt er te repareren? Is er een alternatieve route? Kan het in een lagere versnelling of met een nieuw stuur? Realisme en creativiteit, daar komt het op aan als zich onverwachte situaties aandienen. Een hele klus, die niet iedereen even vlot afgaat. En dat zouden de positivo’s nou eens moeten accepteren.

donderdag 26 juni 2014

Fijn aan de zuurstof


Er moet voor alles een eerste keer zijn. Zo ging ik vandaag voor het eerst met een zuurstoftankje op de heup en een slangetje in mijn neus de straat op. En of ik het nou geloofde of niet, de wereld draaide gewoon door.

Als een filmregisseur een personage wil opvoeren dat op sterven na dood is, komt er een iel, oud baasje in beeld, gehuld in een kamerjas, het dunne haar in de war, de stem gebroken en in de neus een zuurstofslang, het laatste lijntje dat hem nog met het leven verbindt. Het is duidelijk: zo dadelijk is het met hem gedaan, hij leeft nog in reservetijd, met geleende adem. – Met zo’n slangetje ben ik nu dus ook toegerust.

Hoe dat komt? Een recente ziekenhuisopname heeft mijn conditie nogal ondermijnd. Omdat ik lastige longen heb, gaat het herstel moeizaam. Extra zuurstof helpt de luchtwegen, zodat ik sneller terugkeer op het oude peil, zeggen de medici. Dan zie ik er wel (tijdelijk) uit als de sneue acteur uit de vorige alinea, maar het is voor de goede zaak, moet ik maar denken.

Dus ik de straat op met neusbril en tankje lucht. Onwillekeurig scan ik voorbijgangers op hun blikken. Schrikken ze nu ze de aangekondigde dood zien passeren, spreekt er medelijden uit hun ogen, wijzen ze me giechelend na? Dat valt tegen, of mee, want voor zover mensen me al waarnemen, kijken ze neutraal en zeggen hun blikken hooguit: o, die man heeft kennelijk zuurstof nodig. Het is de klassieke vergissing van wie zich afvraagt wat de mensen van hem zullen denken: ‘de mensen’ hebben wel wat anders aan hun hoofd dan jouw verschijning.

Dat besef montert enigszins op. En als ik dan thuiskom en nog wat google inzake zuurstof, klaart de lucht helemaal op. Want wat blijkt? Zuurstof is ontzettend trendy! Allerlei bedrijven verhuren zuurstofdesignbars voor al uw feestjes en evenementen en her en der bestaan zuurstoflounges voor na een drukke dag op kantoor, tegen een kater of gewoon voor je wellness. Neem een verfrissend shotje bijna pure zuurstof en je zuivert je bewustwording, verhoogt je concentratievermogen, brengt je lichaam weer in balans en voelt je herboren, juichen de verkopers.


Ik moet dus anders over dat neusbrilletje van me gaan denken. Het is eigenlijk net zo hip als Google Glass. Alleen: daar voel ik ook al niks voor.

Foto: Flickr (Farrukkh)