donderdag 7 juli 2016

Meneer P16239299/160118181

Een mens hoeft zich nooit te vervelen. Het leven heeft altijd wel iets in petto dat mooi, boeiend of mal genoeg is om het gemoed bezig te houden. Vanochtend zat het bij de post.

Ik had online een kleinigheid gekocht en het verschuldigde bedragje - € 6,39 - via iDEAL betaald. Per omgaande dankte de betrokken firma me hartelijk voor mijn bestelling. Die arriveerde gisteren. Met een pakbon waarop het Magazijnpicknr, de Magazijncode, het Artikelnr, het Artikelnr fabrikant en een zogeheten Bronnr prijkten. Plus een paraaf van de controller. Al die nrs interesseerden me niet hevig, maar een pakbon waar zoveel werk is gemaakt gooi je niet zomaar bij het oud papier.

Arriveerde vandaag ook nog eens de Factuur. Die bleek al helemaal een wonder van zorgvuldigheid. Om te beginnen kende de Factuur natuurlijk een eigen Factuurnummer. Daarop volgden Factuurdatum, Klantnummer, Klantnaam, Geboortedatum, Ordernummer, Orderdatum, Verzenddatum, BTW-nummer, Banknummer, BIC/Swift, Factuuradres, Verzendadres, Artikelnr / ZI-nummer, Omschrijving / Artikelnr leverancier en Te betalen bedrag. Plus de in vet gedrukte toevoeging: Let op: Betaling is reeds via iDEAL voldaan.

Ik nam het allemaal ademloos tot me. Wat hadden ze daar de zaakjes piekfijn voor elkaar, zeg! Ik stond daar via pakbon en factuur dus bekend als P16239299 / 160118181 / LR03320B / VO16267886 / 10083138 / 15764524 / GV16041295 en 092-ME05-003. Zo kende ik mezelf nog niet. En ik zag voor me hoe een mevrouw van vooraan in de vijftig, een herintreedster met een deeltijdbaan van twaalf uur per week en een driekwartbroek in bloemmotief, al die cijfers had zitten tikken, wat nog een heel precisiewerkje moest zijn en dat nèt toen ze de nota had willen uitprinten het papier natuurlijk op was, en het voorraadje in de kast ook, zodat zij eerst naar het magazijn moest, waar het printerpapier volgens de magazijnmeester, die het even opzocht in een register, op plank 4 van stelling XIV lag, naast de keukenrollen en de tissues, want stelling XIV was die van het papier, vandaar. Rekening in envelop, envelop door de frankeermachine, die er voor de duidelijkheid een nummer op printte: 103669-13 P2 ER INTRA R6.

Dat maakte dus P16239299 / 160118181 / LR03320B / VO16267886 / 10083138 / 15764524 / GV16041295 / 092-ME05-003 / 103669-13 P2 ER INTRA R6. En dat allemaal voor zes euro negenendertig. Die bovendien al waren voldaan. Het was een mooie ochtend, deze ochtend.

zondag 3 juli 2016

Theo Maassen en de lach om de traan

Nou zit ik toch al even in de schrijverij, maar soms vind ik het nog een hele klus, zo’n nieuw stukje. Ik wil het hebben over de nieuwe voorstelling van Theo Maassen, Van kwaad tot erger, die ik gisteravond in het Parktheater zag. Maar hoe? Ik ga geen recensie schrijven, want ik ben geen kenner van de kleinkunst. Ik ga ook geen grappen verklappen, want dat zou onheus zijn tegenover mensen die nog naar de voorstelling gaan, al kan het misschien geen kwaad de fans van Guus Meeuwis en Claudia de Brey te waarschuwen dat de avond voor hen moeilijk kan uitpakken. Laat ik ingaan op het hoofdthema van de show: humor.

Hoewel Theo Maassen zoals gebruikelijk een hele agenda behandelt, komt hij steeds weer uit bij het belang van humor, dat hij met gepaste overdrijving tot de grootste van alle kunstvormen proclameert. Ik ben het in zoverre met hem eens, dat we in het leven net iets beter zonder bellettrie, sonates, schilderijen, toneelstukken en sculpturen zouden kunnen, dan zonder humor. De literatuur laat ons fantaseren en nadenken, de muziek kan ontroering en verrukking schenken, de beeldende kunst diept de schoonheid van vormen en kleuren uit, en dat zijn allemaal godsgeschenken, maar we zouden zonder kunnen, zij het met spijt en moeite. Maar humor is een conditio sine qua non voor ons bestaan. Een harde bestaansvoorwaarde. De enige manier om ons te verzoenen met alle onzekerheid, zinloosheid en ongerijmdheid die het leven in petto heeft. Humor biedt de troost van de relativering, de lach na de traan, de lach óm de traan zelfs.

De klaterende successen van topcabaretiers, die avond na avond voor uitverkochte zalen spelen, getuigen hoezeer de wereld behoefte heeft aan de betere grap. Hoe vaker het nieuws om-te-huilen is, hoe meer de vraag om de lach groeit. Buiten het theater lopen kwade fanaten rond met bomgordels en mitrailleurs en koppensnelmessen, maar op de bühne staat een potsenmaker met een wapen waartegen niemand bestand is: humor. Humor ontmaskert valse schijn, maakt los wat knelt, ontregelt wat bindt en verlucht de benauwdheid. Humor kleedt de keizer uit, ontleedt de profeet en haalt de ster terug naar de aarde. Humor onthult tweede agenda’s, eigenlijke bedoelingen, oneigenlijke motieven. En humor laat ons ook lachen om onszelf, om de slijmerds en schijters en klunzen die achter onze façades huizen.


Bij het slotapplaus na Van kwaad tot erger daalde achter Theo Maassen een doek neer met daarop in enorme kapitalen het woord HUMOR. Zodat we behalve voor de grappenmaker ook minutenlang voor de grap klapten. Met plezier. Bij deze nog een keer.

dinsdag 28 juni 2016

Die hunkering naar ooit en ergens

In een opschrijfboekje vind ik een oude notitie. De context weet ik niet meer, maar kennelijk was ik in een melancholieke stemming toen ik het opschreef: Vakantiedromen - die hunkering naar ooit en ergens.

In de krant komen ze dagelijks voorbij, de advertenties voor vakanties in zonnige, verre oorden waar de kleuren dieper en de mensen mooier zijn en het leven doorstoofd is van cultuur en historie. Althans: dat beloven of suggereren de advertenties. Als geoefend reiziger – wie is dat onderhand niét? – weet je wel beter. De werkelijkheid heeft lak aan de sprookjes van de reisfolders. Achter het paleis begint een sloppenwijk en naast de basiliek een toeristenkermis van hotdogs, souvenirs en dure lompen. En lijkt de werkelijkheid wél op de folder, dan offreert het restaurant doorgebakken schoenzolen en blijken de inwoners topchagrijnen.

Maar dat merk je pas als je er bent – nu ben je thuis en zie je alleen de ideale wereld van de reisadvertenties. Kom toch naar de Taj Mahal, bezoek nu de Seychellen, drink eens thee met de Touaregs! Of laaf je aan het blauwste blauw van de Egeïsche Zee, maak een cruise door de fjorden, ontdek de culturele rijkdom van Zuid-Italië!

Ik trap er nog steeds in. Ik hoef maar een paar van die advertenties te zien of ik herken de roep van plekken waar ik nog nooit was, voel weer heimwee naar plekken waar ik ooit wél was, wil net als de betaalde figuranten op de reclamefoto’s schaterlachend overwinteren in de zonnige Algarve, wil flaneren over avenida’s, dwalen door een souk en Vino Nobile drinken op een terras in Montepulciano. Dat is die hunkering naar ooit en ergens, het romantische idee dat het paradijs wacht, op enig moment om de hoek, aan de andere kant van de heuvel – een belofte die altijd veelbelovend blijft en haar glans nooit verliest. In tegenstelling tot de nevelige verte van nooit en nergens, waar iedereen bang voor is en dat toch eenieders voorland is.

De laatste jaren heeft die hunkering naar ooit en ergens wel last gekregen van de werkelijkheid van het hier en nu, dat wil zeggen van de fysieke beperkingen die mijn leven met zich meebracht. Met lastige luchtwegen en dito spieren worden heel wat (vakantie)dromen onhaalbaar. De sirenenzang van de reisbranche is gaan klinken naar de blues, het lied van jammer maar helaas.

Ik raak er gelukkig niet gedurig van in mineur. Misschien kennen chronische ziektes wel als bijwerking realisme en is de enige manier om er goed mee te leven een doorvoeld besef van: het is niet anders. Dan maar geen Borobudur of koraalrif of tempelstad. Ik zoek wel iets doenlijkers. Een hunkeraar vindt altijd wel een ergens.