zondag 24 augustus 2014

Ik ben er weer


De eerste aanslagen op het toetsenbord na anderhalve maand blogstilte. Aarzelingen: is dit het juist moment om de draad weer op te pakken? Het verlangen is er wel, maar ben ik al fit genoeg voor het wikken en schikken  van woorden en gedachten? Heb ik al voldoende overzicht om de stormen te begrijpen waar ik in verzeild ben geraakt?

Wat de toekomst in petto heeft, weet alleen de toekomst, schreef ik vlak voordat die toekomst zich openbaarde als een dollemansrit langs operatiekamers en afdelingen intensive care, inclusief bijbehorende littekens, en krassen op de ziel.

Kort samengevat: mijn vaten herstelden niet van een ingreep wegens een aneurysma en bleven dichtslibben. Daarom moest er een omleiding worden aangelegd, een moeilijk en riskant karwei, dat weliswaar is gelukt, maar dat me zo overtuigend heeft gevloerd, dat ik er nog steeds van aan het herstellen ben en enigszins verbluft lig te bij te komen van mijn eigen recente geschiedenis.

Het momentele tussenstation is revalidatietuincentrum Blixembosch, waar vervallen spieren weer worden geoefend voor terugkeer naar de normaliteit, althans naar een leven dat eens zo normaal leek en nu zo’nkostbaar goed, een leven met ledematen die het doen en die mijn impulsen en verlangens kunnen bijbenen.

Zal ik schrijven over de uiteenlopende noodlotten die zich aan het voeteneinde van mijn bed presenteerden en te elfder ure toch maar besloten verder te trekken? Over spectaculaire rondleidingen door het naargeestige spookoord van de intensive care met zijn doodlopende stegen en delirische vergezichten? Over momenten en uren van angst, aftakeling en ontreddering? Over gedroomde bezoeken aan een niemandsland tussen leven en dood, waar patienten kalm lagen weg te kwijnen tussen flakkerende waxinelichtjes en ijle nevelslierten? Of over een vermoeidheid die niets anders naast zich duldt en alleen maar rust eist?

Aarzelingen, want in letters gegoten lijkt het allemaal zo larmoyant.



Nee, ik laat het maar bij deze eerste stamelingen. Ik zie wel hoe ik verder ga met deze blog , en of ik nog eens op de voorbije turbulentie terugkom. Voor vandaag wil ik alleen maar zeggen: ik ben er weer. Min of meer.

zondag 13 juli 2014

De man voor het raam (3)


Afgelopen week heb ik de toekomst afgeschaft. Als er voor de zoveelste keer iets gebeurt dat je nooit had vermoed, moet je het idee dat je de dag van morgen kunt voorspellen maar eens laten varen.

Een familielid belde met de vraag hoe het ging met mijn gezondheid. De goede kant op, vond ik. Toen ik vervolgens een eindje ging fietsen, hielden mijn benen er na een half uur ineens mee op. Voordat ik het doorhad, lag ik op de Acute Opname Afdeling van het ziekenhuis. Zo ben je kwiek, zo ben je ziek.

Het verhaal begon eind januari, toen ik een stent kreeg in verband met een aneurysma, een uitgestulpt stukje aorta. Die prothese slibde geleidelijk aan dicht, waardoor mijn linkerbeen niet meer mee wou, zodat er een omleiding moest worden geplaatst. Na een kleine maand zat ook die omleiding dicht en blokkeerden beide benen na een meter of tien lopen. Zo verzeilde ik opnieuw in het ziekenhuis, en toevallig andermaal in een kamer met uitzicht op de entree.

Daar lag, stond of zat ik weer, man voor het raam, starend naar het va-et-vient van patiënten en bezoekers, allemaal vervuld van hoop of vrees of een melange daarvan. Die melange kende ik zelf ook. Al vaker had ik slecht nieuws ontvangen, waarna er toch een verbetering optrad, en een nieuwe terugval, en een nieuwe opleving. Ook deze opname had allerlei dalen en pieken. Wat gisteren een doodlopende weg leek, bood vandaag alsnog perspectief, en ook de pijn van de eerste dagen verzachtte en vervaagde. Een langgerekte oefening in mentale lenigheid.

Er werden tientallen naalden in me geprikt, bloed opgezogen en onder de microscoop gelegd, echo’s vertaald in vage beelden, hartslagen opgemeten, aders en spieren bevoeld, magische poeders en sappen toegediend, en alle uitslagen werden met decimalen en duistere afkortingen geboekstaafd in computerbestanden. Na een week wisten de specialisten genoeg en stuurden ze me even naar huis om op adem te komen, in afwachting van een operatie om de bloedwegen stolselvrij en de benen weer aan de praat te krijgen.


Zo ging de man voor het raam even met verlof. Hij vond zichzelf een tijdje later terug achter een glas wijn op een terras aan de zoom van een oud dorpsplein. Daar schudde hij het hoofd over de gang der dagen en toostte maar op het hier en nu, dat hem althans een zonnig moment op een mooie plek presenteerde. Wat de toekomst in petto had, wist alleen de toekomst.

zondag 29 juni 2014

Moet je een noodlot maar accepteren?


In het blad UWV Perspectief ging het weer eens over acceptatie. Een onderwerp waarover het laatste woord nog niet geschreven is en vermoedelijk wel nooit geschreven zal worden. Het blijft namelijk actueel, want elk uur van elke dag trekt er wel iemand een noodlot en staat daarmee voor de vraag of en hoe die levenspech te verhapstukken valt.

Bij het UWV klinkt doorgaans de bekende positieve mantra, dat mensen met een beperking zich moeten concentreren op wat ze nog wél kunnen, in plaats van te simmen over wat er allemaal niet meer lukt; op die manier zouden ze hun verlies toch weer kunnen ombuigen in een succes. Maar in het genoemde artikel is de toon nu eens aangenaam genuanceerd. Zo wordt aangestipt dat al die succesverhalen verwarrend en storend kunnen inwerken op mensen die moeite hebben met hun veranderde positie in het leven. En dat de samenleving ten onrechte als norm stelt dat iedereen even hard loopt, zoals psycholoog Patrick de Lusenet het omschrijft.

De Lusenet definieert acceptatie als het herkennen er erkennen van je eigen grenzen. Dat is op het eerste gezicht mooi geformuleerd. Maar is het eigenlijk wel doenlijk: erkennen dat je niet meer kunt wat je kon? Een mens heeft behalve mogelijkheden en onmogelijkheden ook herinneringen, verlangens, dromen en gevoelens. Je verstand kan nog wel concluderen dat verlies nu eenmaal bij het leven hoort, maar in je buik en je ziel woelt het protest en schrijnt de rouw. Hoe dapper je ook probeert in het hier en nu te leven, je verleden laat zich niet ontkennen, het hoort evenzeer bij je, want het heeft je gebracht tot waar je kwam. In feite is het realistischer, aandacht voor je verlies te hebben, dan het weg te redeneren alsof het verlorene ineens van weinig waarde was.


Neemt niet weg dat je wel iets moet bedenken als je panne krijgt op je weg door het leven. Wat valt er te repareren? Is er een alternatieve route? Kan het in een lagere versnelling of met een nieuw stuur? Realisme en creativiteit, daar komt het op aan als zich onverwachte situaties aandienen. Een hele klus, die niet iedereen even vlot afgaat. En dat zouden de positivo’s nou eens moeten accepteren.